Wat is de betekenis van behendig?

2019
2022-12-06
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

behendig

behendig - Bijvoeglijk naamwoord 1. een goede lichaamscoördinatie bezittend Hij is een stuk behendiger geworden. 2. handig, snel, vlug, vaardig Hij was een behendig toneelspeler. behendig - Bijwoord 1. op behendige wijze ...

Lees verder
2018
2022-12-06
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

behendig

behendig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: be-hen-dig 1. snel en met zoveel mogelijk resultaat ♢ hij is erg behendig met de computer Bijvoeglijk naamwoord: be-hen-dig ... is behendiger dan ... ...

Lees verder
1973
2022-12-06
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Behendig

bn. en bw. (-er, -st), vlug, handig, bijdehand: een behendige jongen; vaardig, gevat: een behendige tactiek; op vaardige, handige wijze: behendig wist hij hiervan partij te trekken.

1952
2022-12-06
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Behendig

adj. & adv., linich, hânsum.

1950
2022-12-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Behendig

(Zuidn. ook BENDIG), bn. bw. (-er, -st), vlug, handig, bij de hand; een behendiqe jongen; — vaardig, gevat: een behendige taktiek; — op vaardige, handige wijze: behendig wist hij hiervan partij te trekken; behendig klom hij achterop (een rijtuig), vlug, knaphandig; — hij wist het mechaniek wee...

Lees verder
1937
2022-12-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

behendig

bn., bw. (vlug, handig, op geschikte wijze).

1930
2022-12-06
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

behendig

bn. en bw. (-er, -st) 1. bij de hand : een -e meid Syn. →: bedreven. 2. geI vat : een -e knaap. 3. op gepaste wijze : iets – gebruiken.

Lees verder
1921
2022-12-06
Levende taal

T. Pluim - 1921

Behendig

letterlijk: bij de hand zijnde.

1911
2022-12-06
pluim

Keur van Nederlansche woordafleidingen

Behendig

(letterlijk: bij de hand zijnde) is afgeleid van ’t Mnl. bekende — bij de hand.

1898
2022-12-06
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Behendig

BEHENDIG, (in Zuidn. ook BENDIG) bn. bw. (-er, -st), een behendige jongen, vlug, schrander, handig, bij de hand; — behendig wist hij hiervan partij te trekken, listig, gevat; op geschikte wijze; — behendig klom hij achterop (een rijtuig), vlug, knaphandig; — hij wist het mechaniek weer behendig in elkaar te zetten, bedreven, vlug...

Lees verder
1898
2022-12-06
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Behendig

zie Bedreven, zie Vlug.

1864
2022-12-06
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Behendig

Behendig, bn. en bijw. *-LIJK, bijw. bedreven, vlug; (fig.) listig. *...HEID, v. gmv. bedrevenheid; vlugheid.

Lees verder