Synoniemen van begieten

2019-12-09

begieten

begieten (< Jidd. < Hebr. be-chietto, bang), 1. bang: ‘Waar kom jij eindelijk vandaan?’ vroeg zijn vrouw. ‘Ik werd doodsbegieten toen je zo lang wegbleef.’ ‘Ach jij met je overdreven angst’; 2. verzot, dol, verrukt: Na … was er gewoon begieten op (op de liefdegave aan de armen met Kerstmis), want bij die kerstgave moesten zúlke enden worst zitten.

2019-12-09

begieten

begieten - onregelmatig werkwoord uitspraak: be-gie-ten 1. het in veel fijne druppels over iets heen gooien ♢ wil jij de bloemen in de tuin even begieten? Onregelmatig werkwoord: be-gie-ten ik begiet jij/u begiet hij/zij begiet wij/zij/jullie begieten

  • 2019-12-09

    begieten

    begieten - Werkwoord 1. (ov) iets ~: ergens een vloeistof over gooien Zij begoot haar planten met een middel tegen bladluis. 2. (kookkunst) vlees vochtig houden tijdens braden of bakken Woordherkomst Afgeleid van gieten met het voorvoegsel be-. Synoniemen arroseren, bedruipen

    2019-12-09

    Begieten

    BEGIETEN, (begoot, heeft begoten), eene straat, een tuin, bloemen begieten, besproeien; — waschgoed begieten, besprenkelen, natmaken, wanneer het op de bleek ligt; — (scherts.) een werk begieten, drinken op den goeden afloop ervan. BEGIETER, m. (-s), BEGIETSTER, v. (-s), die begiet.

    2019-12-09

    Begieten

    Begieten - (begoot, heeft begoten), een vloeistof gieten op of over: bloemen —.

    2019-12-09

    begieten

    bevreesd; je bent toch niet begieten, dat zaakje op te knappen. Hij durft niet te seinen (z.a.), niet te dekken en niet aan te nemen (bij het zakkenrollen) ook, hij is veel te begieten voor de bajes.