Synoniemen van begieten

2020-01-27

begieten

bevreesd; je bent toch niet begieten, dat zaakje op te knappen. Hij durft niet te seinen (z.a.), niet te dekken en niet aan te nemen (bij het zakkenrollen) ook, hij is veel te begieten voor de bajes.

2020-01-27

Begieten

Begieten - (begoot, heeft begoten), een vloeistof gieten op of over: bloemen —.

2020-01-27

Begieten

BEGIETEN, (begoot, heeft begoten), eene straat, een tuin, bloemen begieten, besproeien; — waschgoed begieten, besprenkelen, natmaken, wanneer het op de bleek ligt; — (scherts.) een werk begieten, drinken op den goeden afloop ervan. BEGIETER, m. (-s), BEGIETSTER, v. (-s), die begiet.

2020-01-27

begieten

begieten - onregelmatig werkwoord uitspraak: be-gie-ten 1. het in veel fijne druppels over iets heen gooien ♢ wil jij de bloemen in de tuin even begieten? Onregelmatig werkwoord: be-gie-ten ik begiet jij/u begiet hij/zij begiet wij/zij/jullie begieten

  • 2020-01-27

    begieten

    begieten (< Jidd. < Hebr. be-chietto, bang), 1. bang: ‘Waar kom jij eindelijk vandaan?’ vroeg zijn vrouw. ‘Ik werd doodsbegieten toen je zo lang wegbleef.’ ‘Ach jij met je overdreven angst’; 2. verzot, dol, verrukt: Na … was er gewoon begieten op (op de liefdegave aan de armen met Kerstmis), want bij die kerstgave moesten zúlke enden worst zitten.

    2020-01-27

    begieten

    begieten - Werkwoord 1. (ov) iets ~: ergens een vloeistof over gooien Zij begoot haar planten met een middel tegen bladluis. 2. (kookkunst) vlees vochtig houden tijdens braden of bakken Woordherkomst Afgeleid van gieten met het voorvoegsel be-. Synoniemen arroseren, bedruipen

    2018-12-06

    Begieten (tuinb.)

    Begieten (tuinb.) - Men gebruikt hiervoor verschil lende vormen van gieters, groote en kleine, zoowel van zink als van koper vervaardigd; de laatste zijn ’t goedkoopst in gebruik ofschoon in aankoop het duurst. Het gieten is voor den tuinman een zeer be langrijk werk, waarop nauwkeurig moet worden acht gegeven. Bij voorkeur giet men met water, dat de zelfde temperatuur heeft als de grond, waarin de planten geplaatst zijn; ’t liefst gebruikt men regen of slootwater of in ieder geval water...

    2019-06-06

    broeien (heet water)

    broeien (heet water) - in heet water zetten of daarmee begieten: een varken —, een geslacht varken met heet water begieten om er gemakkelijker de borstels af te krijgen; de was —, in de broei zetten.

    2019-07-09

    arroseeren

    arroseeren - besproeien, begieten; (handelsterm) bij termijnen betalen.

    2019-09-19

    sirammen

    (Ind.) begieten, afspoelen, baden door zich met water te overgieten.

    2018-08-31

    1. AZIJNEN

    (azijnde, heeft geazijnd), met azijn begieten de sla azijnen (vgl. peperen, suikeren).

    2019-03-14

    besproeien

    besproeien - (besproeide, heeft besproeid), sproei- ende begieten: bloemen —; de wegen — tegen het stof. zie beregening.

    2019-10-02

    arrose ren

    1 besproeien, begieten; 2 met kleine sommen arbetalen, kleine bedragen op afbetaling storten.

    2018-09-01

    1. broeien

    1. BROEIEN, (broeide, heeft gebroeid), in heet water zetten of daarmede begieten een varken broeien, het nadat het geslacht is, met heet water begieten, om er gemakkelijker de borstels af te krijgen; is te heet om varkens te broeien, schertsend van heet eten gezegd; — de wasch broeien, in den broei zetten. BROEIING, v.

    2018-09-02

    Gebluscht

    GEBLUSCHT, bn. (van kalk) door het begieten met water verhit en daarna in een toestand gebracht, waarin zij het bijtend en warmtevoortbrengend vermogen verloren heeft.

    2018-11-01

    Ondergieten

    (goot onder, heeft ondergegoten), zoodanig begieten dat het onder water of onder vocht komt te staan, door gieten doen onderloopen: de meid heeft den heelen vloer ondergegoten.

    2018-09-01

    Besproeien

    BESPROEIEN, (besproeide, heeft besproeid), (bloemen enz.) sproeiende begieten een milde regen besproeide 't aardrijk; de bloemen besproeien; de aangetaste planten met bouilli bordelaise besproeien. BESPROEIING, v. (-en), (landb.) irrigatie.

    2018-12-06

    SCHOUDEN

    SCHOUDEN - (schoudde, heeft geschoud), (gew.) broeien, uitbroeien, met kokend water uitwasschen, in kokend water dompelen : het vaatwerk, de melktonnen schonden,— (gew.) met kokend water begieten om de haren gemakkelijk te kunnen afschrappen : geslachte varkens schonden.

    2018-12-22

    aangieten

    aan'gieten (goot aan, heeft aangegoten), 1. tegelijk met het voorwerp gieten, zodat het daarmee een geheel uitmaakt: dat ornament is aangegoten; (fig.) die kleren zitten u als aangegoten, passen u volkomen; 2. over de hele oppervlakte begieten, besproeien: een grasperk—.

    2019-04-28

    Blusschen — dempen — dooven — lesschen — smoren — stelpen — stillen — stuiten

    Iets onderdrukken of den voortgang er van beletten. Blusschen, dooven en smoren zien op het doen verdwijnen van een vuur, hetzij door het brandende voorwerp met water te begieten (blusschen), hetzij door het aan den invloed van de lucht te onttrekken. Smoren wordt bij uitbreiding gezegd van het benemen der lucht in het algemeen. Onder kussens smoren Blusschen, dooven (uitdooven) en smoren worden ook figuurlijk gebruikt. De oorlogsvlam blusschen. De liefde uit¬dooven. Iets in zijne geboorte s...