Wat is de betekenis van begaan?

2024-05-30
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-05-30
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

begaan

begaan - Werkwoord 1. (ov) iets doen dat onjuist of verboden is Hij beging daarmee een grote vergissing. 2. (ov) een plaats betreden Je begaat daarmee wel glad ijs. 3. iemand laten begaan: iemand niet hinderen of stoppen ...

2024-05-30
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

begaan

begaan - onregelmatig werkwoord uitspraak: be-gaan 1. het doen ♢ Rens heeft een misdrijf begaan 1. iemand laten begaan [hem zijn gang laten gaan] Onregelmatig werkwoord: be-ga...

2024-05-30
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

begaan

betree, loop (ry) op; aanhou; pleeg, verrig; meer begaan, mees begaan, besorg; laat begaan, laat staan.

2024-05-30
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Begaan

v., bigean; laten —, gewurde, bitsjen, yn syn wêzen litte; (een daad), bidriuwe; — zijn met, bigien wêze mei.

2024-05-30
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)

2024-05-30
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Begaan

(beging, heeft begaan), I. onoverg., te werk gaan, thans alleen met laten: laat mij begaan, laat mij (alleen) de zaak volvoeren; (ook) hinder, stoor mij niet; — iem. stil laten begaan, zijn gang laten gaan; II. overg., 1. gaan op, betreden: de straat begaan;de begane grond, de natuurlijke oppervlakte van...

2024-05-30
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

begaan

beging, h. begaan (1 op of over iets gaan; 2 bedrijven, doen [inz. iets slechts]): 1. een weg begaan; de begane grond; 2. een diefstal, moord begaan; nog: ik ben met hem begaan, heb medelijden met hem; laat mij maar eens begaan, mijn gang gaan.

Wil je toegang tot alle 13 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-05-30
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

begaan

(bə'ga:n) I. (beging, heeft begaan) 1. gaan op een weg -; de begane grond is de natuurlijke oppervlakte van een terrein of het daarmee overeenkomende deel van een gebouw. 2. doen : iemand stil laten -. 3. iets verkeerds bedrijven : een misslag -. Syn. plegen. II. bn. medelijden voelend : met iemand of iets zijn.