Wat is de betekenis van Beduchten?

1952
2022-10-03
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Beduchten

v., biduchtsje.

1950
2022-10-03
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Beduchten

(beduchtte, heeft beducht), vrezen, nl. iets dat zou kunnen plaats hebben, waarvan men nadeel zou kunnen ondervinden, thans alleen in: het is, staat te beduchten.

1930
2022-10-03
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

beduchten

(beduchtte, heeft beducht) vrezen : het is, staat te -. beduchtheid v.

1898
2022-10-03
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Beduchten

BEDUCHTEN, (beduchtte, heeft beducht), vreezen, n.l. iets dat zou kunnen plaats hebben, waarvan men nadeel zou kunnen ondervinden het is, staat te beduchten.

Gerelateerde zoekopdrachten