Bedrijf
o. (...ven), 1. wat iem. verricht of verricht heeft, daad, daden: leven en bedrijf van ....; — dat is uw bedrijf, uw werk, gij zijt er de oorzaak van; — handeling. actie: een zondig bedrijf; 2. beroepswerkzaamheid, handwerk: — zegsw.: het is een groot bedrijf, maar klein beklijf, er is veel drukte en m...