2020-04-07

bedonderen

bedonderen - regelmatig werkwoord uitspraak: be-don-de-ren 1. niet eerlijk zijn ♢ hij heeft mij bedonderd, toen hij die rommel verkocht Regelmatig werkwoord: be-don-de-ren ik bedonder jij/u bedondert hij/zij bedondert wij/zij/jullie bedonderen ik...

2020-04-07

bedonderen

bedonderen - Werkwoord 1. (ov) (pejoratief) aan bedrog onderwerpen Hij bedonderde de boel danig. Woordherkomst afgeleid van donderen met het voorvoegsel be- Synoniemen belazeren

2020-04-07

Bedonderen

BEDONDEREN, (bedonderde, heeft bedonderd), (plat) iem. bedonderen, foppen, misleiden; — den boel bedonderen, in de war sturen.

2020-04-07

Bedonderen

Bedonderen - (bedonderde, heeft bedonderd), (plat) overbluffen; voor de gek houden, misleiden; de boel -.