Wat is de betekenis van basis?

2018
2021-06-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

basis

basis - zelfstandig naamwoord uitspraak: ba-sis 1. waarop het steunt ♢ dit is de basis van het bouwwerk 2. wat vastligt, waar je van uit gaat ♢ dit gegeven vormt de basis voor ons besluit...

Lees verder
2017
2021-06-21
Zendamateurs

Jargon & Slang van Zendamateurs

Basis

Basis - vast uitzendstation.

2003
2021-06-21
Financieel Woordenboek

Door Frits Conijn & R.M. van Poll (2003)

basis

basis - Term die in de Verenigde Staten wordt gebruikt om het verschil aan te geven tussen contante prijzen en de futuresprijzen.

1994
2021-06-21
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Basis

[Gr. = schrede, gang, ook: datgene waarop men stapt of staat; grond, voetstuk; van bainein = stappen, gaan; Lat. basis = alles waarop iets rust] 1 datgene waarop een voorwerp rust of steunt, voet, grondvlak, grondslag; 2 (wisk.) grondlijn van een wiskundige figuur (bijv. driehoek) of grondvlak van een wis...

Lees verder
1993
2021-06-21
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Basis

grondslag; uitgangspunt; steunpunt (mil.); grondlijn van een driehoek (wisk.)

1981
2021-06-21
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Basis

1. grondslag of uitgangspunt, b.v. de basis voor de onderhandelingen werd vastgelegd; 2. meetkundig: grondlijn of grondvlak van figuren of lichamen; 3. rekenkundig; grondgetal van een macht, b.v. bij 63 is 6 het basisgetal.

Lees verder
1973
2021-06-21
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Basis

Basis - [Gr., dat waarop men loopt, grondslag], v. (basissen, bases), 1. datgene waarop een lichaam steunt of rust, grondslag, grondvlak, voet: de — van een zuil (zie basement); 2. grondvlak, grondlijn van een wiskundige figuur b.v. van een driehoek; grondgetal van een talstelsel; in de landmeetkunde een rechte lijn in het driehoeksnet, waarvan de...

Lees verder
1955
2021-06-21
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Basis

grondslag, grondvlak, voetstuk; scheikundige verbinding met zuurstof die met een zuur verbonden, een zout vormt (meest base genoemd),

1954
2021-06-21
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Basis

het benedenste óf het belangrijkste deel van een orgaan of enig ander ding of onderwerp; meestal denkt men aan de basis cranii = schedelbasis of aan de basis cerebri = het tegen de schedelbasis aanliggende deel van de grote hersenen en verlengde merg (waar ook de meeste hersenzenuwen lopen). Maar ook elders wordt het woord gebruikt, bijv. bi...

Lees verder
1952
2021-06-21
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Basis

s., basis, grounslach.

1950
2021-06-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Basis

v. (basissen, bases), 1. datgene waarop een lichaam steunt of rust, grondslag, grondvlak, voet: de basis van een muur, een gebouw, van een zuil, van een rots; — (dierk.) voet van een voelhoren; 2. (wisk.) grondvlak, grondlijn van een wiskundige figuur; — grondgetal van een logarithmenstelsel; — (landm.) rechte lijn in het...

Lees verder
1948
2021-06-21
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

basis

(Gr.) v. grondslag, grondvlakte; voetstuk; grondlijn; grondgetal; hoofdbestanddeel v. scheikundig preparaat; landstreek, waarvan de operatiën uitgaan; ~ metabolisme, hoeveelheid warmte per uur en per m2 v. e. niet-etend, zich in rust bevindend lichaam.

1942
2021-06-21
Vreemde woorden in de Sterrenkunde

Prof. Dr. P.H. van Laer

Basis

(= Gr. basis = stap; voetstuk; math. grondvlak; < bainein = stappen, gaan). Grondlijn die als fundament voor verdere metingen wordt gebruikt.

1939
2021-06-21
Vreemde woorden in de wiskunde

Dr. E.J. Dijksterhuis - 1939

Basis

(< Gr. = stappen; dat, waarop men gestapt is, dus waarop men staat, grondslag, voetstuk). Math. 1) de horizontaal getekende zijde van een driehoek. 2) In de Griekse wiskunde ook in gebruik voor grondvlak van een lichaam. 3) Afg. Grondtal. Vb. Basis van een logarithmenstelsel. 4) Systeem van elementen van een verzameling, waarvan alle andere elem...

Lees verder
1923
2021-06-21
Uitheemsche geneeskunde termen

dr. H. Pinkhof, 2e druk 1935

Basis

(Gr.), grondslag, bodem. B. cordis het brede boveneinde van de hartekamer, vanwaar de grote slagaderen uitgaan. B. cranii, schedelbodem. B. encéphali, hersenbasis. B. scapulae, de binnenrand van het schouderblad. B. remédii, het voornaamste bestanddeel (remedium princeps of cardinale) van een geneesmiddel, of ook het bestanddeel, dat...

Lees verder
1916
2021-06-21
Technisch woordenboek

H.J. van Eyk

Basis

Grondslag, grondlijn, voetstuk, base, loog, alcali.

1916
2021-06-21
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Basis

Basis, 1) in ’t algemeen grondslag, steunvlak, waarop een lichaam rust. —2) In de rekenk. grondtal van een zeker talstelsel of van een zeker logarithmenstelsel; in het algemeen, waar sprake is van een macht: dat getal, dat tot een zekere macht wordt verheven. De gewone logarithmen (van Briggs) hebben tot basis het getal 10, de natuurlijke logarithm...

Lees verder
1910
2021-06-21
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Basis

Basis - grondslag.

1898
2021-06-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Basis

BASIS, v. (basissen, bases), alles waarop een lichaam steunt of rust, grondslag, grondvlakte; — (wisk.) grondgetal van een logarithmenstelsel; — grondvlak, grondlijn van een wiskundig figuur; — (landmetersterm) die rechte lijn in het driehoeksnet, waarvan de lengte nauwkeurig moet bepaald worden, om den vorm en de grootte van he...

Lees verder
1870
2021-06-21
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Basis

Basis, een Grieksch woord, beteekent in het algemeen den grondslag eener zaak. In de meetkunde is zij de onderste lijn eener figuur, zoodat het geheel daarop schijnt te rusten, — in de landmeetkunde is zij eene regte lijn op de oppervlakte der aarde, welke met de meeste naauwkeurigheid gemeten wordt en tot grondslag der berekening ver...

Lees verder