Wat is de betekenis van barbeel?

2020
2021-06-20
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

barbeel

karperachtige zoetwatervis. karperachtige zoetwatervis met vier korte, dikke voeldraden aan de bovenlip. Voorbeelden: De barbeel is een vis van de middenlopen van rivieren, de zogenaamde 'barbeelzone'. De barbeel was in de referentieperiode vrij talrijk in het stroomgebied van de Maas in Midden- en Zuid-Limburg. http://h...

Lees verder
2019
2021-06-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

barbeel

barbeel - Zelfstandignaamwoord 1. (vissen) Barbus barbus, een vis van de middenlopen van rivieren Verwante begrippen katvis

Lees verder
2016
2021-06-20
Culinair van a tot z

Culinair van a tot z

barbeel

Zoetwatervis. Is ca. 60 cm lang en weegt ongeveer zo’n 5 kg. Staat bekend om zijn vele graten. Als bereiding komt alleen roosteren of bakken in olie of frituur in aanmerking. Het eten van kuit van de barbeel is niet aan te raden, omdat deze bepaalde gifstoffen bevat die hevige darmstoornissen kan veroorzaken.

1993
2021-06-20
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Barbeel

karperachtige riviervis

1981
2021-06-20
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Barbeel

De rivierbarbeel is een zoetwatervis uit de karperfamilie, 80 cm lang, groenachtig, soms goudkleurig, met vier baarddraden. Hij voedt zich met kleine vissen, slakken, wormen en insekten. Zijn vlees is smakelijk, maar rijk aan graten. Vele uitheemse barbelen zijn aquariumvissen.

Lees verder
1973
2021-06-20
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Barbeel

Barbeel - m. (-beien), groep zoetwatervissen in Midden- en Zuid-Europa. De barbeel, Barbus barbus, behoort tot de familie van de Cyprinidae (zie karperachtigen). Hij komt voor in Zuidoost-Engeland en in een brede strook van West- en Midden-Frankrijk tot de Zwarte Zee en Midden-Rusland; in Nederland nog slechts op enkele plaatsen, vooral vlak onder...

Lees verder
1972
2021-06-20
ABC van de Hengelsport

Schrijver op Ensie

Barbeel

Barbeel - De Latijnse naam Barbus barbus geeft al een aanduiding van zijn uiterlijk. Hij heeft namelijk vier baarddraden aan de bovenlip. Een slank, maar toch fors lichaam, dat afmetingen tussen de 30—50 cm kan bereiken. Wordt in ons land voor¬namelijk in het zuiden nog wel eens gevangen. Daar de barbeel evenwel vooral ’s nachts aas...

Lees verder
1958
2021-06-20
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

BARBEEL

Karperachtige vis uit de middenloop der rivieren. Komt soms via het IJselmeer in Fr. waters (1953 in Sneekermeer, 1954 in Franekervaart gevangen).

1950
2021-06-20
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Barbeel

m. (...beien), 1. zekere karperachtige riviervis (Barbus fluviatilis) met vier korte, dikke voeldraden aan de bovenlip : een barbeel kan 6 a 7 dm lang en 4 a 5 kg zwaar werden; 2. zeebarbeel (zie ald.).

Lees verder
1933
2021-06-20
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Barbeel

soort karper met 4 baarddraden a/d bovenlip.

1933
2021-06-20
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Barbeel

Barbeel - of Barm (Barbus fluviatilis), een karperachtige zoetwatervisch, die over geheel midden-Europa algemeen voorkomt. Slank gebouwd, zijdelings eenigszins afgeplat, overigens op dwarse doorsnede rond lichaam; de mond ligt ventraal van den vooruitstekenden snuit en wordt gesloten door een dikke, gezwollen onder- en bovenlip; de laatste draagt t...

Lees verder
1928
2021-06-20
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Barbeel

is een zoetwatervis, die tot de familie der karpers behoort. Zijn Latijnse naam is barbus vulgaris (het woord barba betekent baard). Zou die vis dus een baard hebben? Ja, bij heeft een vooruitstekende bovenkaak, waaraan vier vlezige baarddraden zitten en daardoor lijkt hij enigszins op een snoek. De barbelen komen alleen in helder, stromend water...

Lees verder
1916
2021-06-20
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Barbeel

Barbeel, Barbus vulgaris Flem. = barm of berm, visch uit de fam. der karperachtigen (Cyprinidae). Lichaam slank en rond, eenigszins zijdelings samengedrukt, kop met vooruitstekenden snuit en dikke lippen, waarvan de bovenste 4 korte, dikke voeldraden draagt, één paar ver naar voren, het tweede paar aan de mondhoeken. Een rugvin ongeveer halverwege...

Lees verder
1898
2021-06-20
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

BARBEEL

m. (-en), zekere riviervisch (barbus fluviatilis) van de familie der karpers, met vier korte, dikke voeldraden aan de bovenlip: een barbeel kan 6 à 7 dM. lang en 4 à 5 KG. zwaar worden; de zeebarbeel behoort tot de baarsachtige vissollen.

1870
2021-06-20
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Barbeel

Barbeel (Barbus Cuv.) is de naam van een visschengeslacht uit de orde der buikvinnigen en uit de familie der karperachtigen. Het onderscheidt zich door een langwerpig, eenigzins spilvormig ligchaam, door eene korte rugvin, met 3 kleine stekel-stralen en met een sterken, bruinachtigen straal, door een langen snuit, voorzien van 4 baarddraden...

Lees verder