Wat is de betekenis van Barbaars?

1993
2022-11-30
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Barbaars

onbeschaafd; verschrikkelijk; op de wijze van een barbaar

1973
2022-11-30
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Barbaars

bn. en bw. (-er, -t), van een barbaar.

1952
2022-11-30
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Barbaars

adj. & adv., barbaersk.

1950
2022-11-30
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Barbaars

bn. bw. (-er, -t), van of als van een barbaar ; strijdig met onze zeden en gewoonten, onbeschaafd, ruw: de barbaarse gewoonte om zwakke kinderen te doden; barbaarse zeden; — wreed, onmeedogend: een barbaars volk ; hij had zijn slachtoffer op een barbaarse wijze verminkt; — een barbaarse taal, ruwe, harde &mda...

Lees verder
1937
2022-11-30
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

barbaars

bn., bw. ([als] van, eigen aan een barbaar; onbeschaafd; ruw, wreed, onmenselijk).

1930
2022-11-30
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

barbaars

(bar'ba:rs) bn. en bw. (-er, -t) 1. onbeschaafd: -e zeden. Syn. brutaal, ruw, woest. Tgst. beschaafd. 2. zonder deernis of medegevoe : handelen. Syn. hardvochtig, onbarmhartig, onmeedogend, onmenselijk, wild, wreed. Tgst. → barmhartig

Lees verder