Wat is de betekenis van Bank?

2020
2020-12-05
Redactie Ensie

Fitness begrippen omschreven

Bank

Een plat, gepolsterd oppervlak, waarop je gaat ligt bij het gewichtenheffen. Dit soort gewichtheffen wordt vaak gedaan met een partner, zodat die persoon je in de gaten kan houden terwijl je het gewicht heft.

2020
2020-12-05
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Bank

Een bank is een gebouw, instelling of onderneming waar men geldzaken kan regelen. Het is tevens een meubel waar men met meerdere mensen op kan zitten. Een bank is een instelling die geldzaken regelt. Als iemand zegt: 'Ik ga naar de bank' houdt dit in dat degene naar een gebouw gaat van deze instelling. Bij zo'n bankgebouw kan men pinnen, geld stort...

Lees verder
2020
2020-12-05
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Bank

Zie Pancratius

2019
2020-12-05
Willem G. Keeris

Willem G. Keeris (1942) is emeritus hoogleraar Vastgoedmanagement en tevens visiting professor bij de groep Real Estate & Housing van de faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft.

Bank

Bank is het algemeen gehanteerde, niet gespecificeerd begrip, waarmee voor wat betreft de Nederlandse situatie wordt aangeduid een door De Nederlandsche Bank erkende instelling voor het doen van financiële zaken, zij het binnen het kader van de daartoe verleende vergun-ning. Ook wel genoemd: bankinstelling en financiële instelling. Zie o...

Lees verder
2018
2020-12-05
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

bank

bank - zelfstandig naamwoord 1. meubelstuk voor twee of meer personen ♢ we zaten op een bankje in het park 1. iets niet onder stoelen of banken steken [er rond voor uitkomen] 2....

Lees verder
2008
2020-12-05
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

bank

(de; -en) 1 KR - smal, lang meubel op poten waarop zittend of liggend getraind kan worden, bv. buikoefenin- gen doen of ruggelings liggend uitdrukken van een halter of dumbbells, syn. bench. 2 GY - laag bankje in gymhallen en gymzalen waarop gymnasten kunnen zitten om uit te rusten tijdens een wedstrijd- of trainingspauze of om te wachten op hun gy...

Lees verder
1991
2020-12-05
Management begrippenlijst

Management begrippenlijst

Bank

De benaming ‘bank’ is in Nederland beschermd. Uitsluitend door de Nederlandsche Bank erkende instellingen mogen deze naam voeren. Bij een bank gaat het om twee zaken: enerzijds het ‘ter beschikking verkrijgen van gelden’ en anderzijds ‘het verrichten van kredietuitzettingen en beleggingen’. Het eerste aspect betreft het primaire bankbedrijf, het tw...

Lees verder
1985
2020-12-05
Woordenboek automatisering

Henk Biemond - 1985

Bank

(1) Een verzameling gelijksoortige eenheden, zoals transformatoren, die met elkaar zijn verbonden en die in combinatie met elkaar worden gebruikt. (2) Bij automatische schakelingen is dit een samenstel van vaste contacten, dat wordt gebruikt om elektrische verbindingen tot stand te brengen. (3) Een aantal opeenvolgende geheugenposities of register...

Lees verder
1973
2020-12-05
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

Bank

Bank - [ltal. banco, tafel], v./m. (-en), 1. meubelstuk, een enigszins smalle lange zetel, met of zonder leuning, waarop meestal meer dan één persoon kan zitten: een houten, ijzeren, stenen ―; een — in een park; (in een kerk) gestoelte, met of zonder deuren: de — der ouderlingen, de — (het bankje) van de koster; (zegsw.) voor stoelen en banken prek...

Lees verder
1970
2020-12-05
Antiek encyclopedie

De grote encyclopedie van antiek

Bank

in het middeleeuwse woonhuis het voornaamste zitmeubel, destijds bekend onder de naam ‘sitten’. Het onderstel kon bestaan uit vier stijlen, maar ook uit zware staande planken op sleevoeten, zgn. wangen. Naast de zitfunctie had het dikwijls ook een bergfunctie; dergelijke zitkisten (sittenkisten) bestonden in de 15de eeuw uit stijlen en...

Lees verder
1958
2020-12-05
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

BANK

Het B.-bedrijf in Frl. was vroeger sterk verbonden met het regionaal-economische leven. Ca. 1900 waren de B.en nog betrekkelijk klein. De meeste hadden zich ontwikkeld als nevenbedrijf van fabriek of groothandel, waarbij de reputatie die de eigenaar genoot van de grootste betekenis was. Voor W.O. I waren ruim 15 van dergelijke bedrijven in Frl. we...

Lees verder
1948
2020-12-05
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

bank

slagzij, dwarshelling t.o.v. d. horizon v. e. luchtvaartuig.

1939
2020-12-05
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Bank

Geld-fort, dat springt als al 't kruit verschoten is. — Wieg van eerste liefde. — Kamer in Hotel „Open Lucht”.

Lees verder
1933
2020-12-05
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Bank

Bank - 1° (meubel) een lange smalle, meestal houten zitplaats voor meerdere personen, met of zonder rugleuning. In de klassieke Oudheid schijnen de trappen of schemels voor bed en troon (hypopodion, bathron, thranos) allereerst als zitplaats te zijn gebruikt (bij den troon voor de bedienaren des troons). Reeds vroeg begonnen deze onderdeelen een ze...

Lees verder
1910
2020-12-05
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Bank

Bank - onderneming, door den staat of bijzondere personen in het leven geroepen, met het doel den geldsomloop en het crediet te bevorderen. Treedt op als bemiddelaarster tusschen het beschikbaar zijnde kapitaal en hen, die kapitaal in hunne zaken behoeven, zij maakt den veelvuldigen omzet van kapitaal mogelijk, bevordert daardoor het handelsverkeer...

Lees verder
1898
2020-12-05
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Bank

Het begrip bank heeft 2 verschillende betekenissen: 1. bank - v. (-en), een eenigszins smalle doch lange zetel, met of zonder leuning, waarop meestal meer dan één persoon kan zitten ; eene houten, ijzeren, steenen bank; een tuin-, mistbank; eene bank van zoden; de banken in eene boot, in een wagen, zie ROEI-, WAGENBANK; — schoo...

Lees verder