Bank
v. (-en), 1. meubelstuk, een enigszins smalle doch lange zetel, met of zonder leuning, waarop meestal meer dan één persoon kan zitten: een houten, ijzeren, stenen bank ; een bank in een park ; verg. : tuin-, rustbank ; een bank van zoden ; de banken in een boot, in een wagen, zitplaatsen die soms tevens dienen tot bergpl...