Wat is de betekenis van Bamis?

1994
2022-10-07
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Bamis

(verbastering van Bavo-mis, Baafs-mis; feestdag van Sint-Bavo op 1 oktober]: -tijd, de oktoberdagen, herfsttijd; -weer, regenachtig herfstig weer.

1993
2022-10-07
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Bamis

(baafmis) 1 oktober; herfsttijd

1973
2022-10-07
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Bamis

m., (ook: Baafmis, Bamisse), de mis van Sint-Bavo (1 okt.); bij uitbreiding: de herfsttijd. In Vlaams België is deze term op het platteland nog gebruikelijk, b.v. te Bamisse, om de pacht te betalen (omdat 1 okt. de pacht inging). Oorspronkelijk in de gebieden die afhankelijk waren van de Sint-Baafsabdij te Gent.

Lees verder
1950
2022-10-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Bamis

v., (Zuidn.) 1. eig. St.-Bavomis, die op 1 October valt, vandaar : 1 Oct.: te Bamis ; 2. (bij uitbr.) de Octoberdagen, de herfsttijd.

Lees verder
1947
2022-10-07
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

Bamis

(ook Baafmis), de mis of het feest van St Baaf of Bavo (1 Öct.). Zeer verspreid in Vlaanderen en in de Kempen, als tijdstip waarop de huis- of landpacht begint of eindigt. Vandaar de samenstelling bamispacht, bij De Bo vermeld. Als aanvang van de herfst betekent het ook herfsttijd. Deze uitdrukking is in Zuid-Nederland nog in gebruik, maar nie...

Lees verder
1937
2022-10-07
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

Bamis

v. (St.-Bavo-mis; Z.-N. herfsttijd): met St. Bamis, d. i. 1 Oct., betaaldag der pacht.

1933
2022-10-07
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Bamis

→ Baaimis.

1933
2022-10-07
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Bamis

Bamis - (B a a f m i s), Mis op den eersten Oct. ter eere van St. Bavo gecelebreerd; Bamis (Z. N e d e r1 a n d): het begin van den herfsttijd, de herfsttijd; Bamisweder: herfstweder, slecht weder. zie Bamespacht.

Lees verder
1930
2022-10-07
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

Bamis

('ba:mis) m., St. Bavo, 1. in Vlaanderen, 1 oktober. betaaldag der pacht: met -. 2. Uitbr. herfsttijd.

Lees verder
1908
2022-10-07
Vivat

Schrijver op Ensie

Bamis

Baafmis, Sint-Bayomis (1 Oct.); de maand October ; bij uitbreiding: de herfst. Bamisdagen: herfstdagen.

1898
2022-10-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

BAMIS

v. (Zuidn.), St. Bavomis, die op 1 October valt; (bij uitbr.) de Octoberdagen, de herfsttijd; —DAGEN, mv. de herfstdagen; —KLOK, v. (-ken); —MARKT v.; —PACHT, v. pacht die met 1 Oct. moet betaald worden; —PRUIM, v. (-en), pruimen; soort die in ’t begin van October rijp wordt; —REGENS, mv. de herfstrege...

Lees verder