Wat is de betekenis van bal?

2020
2021-04-16
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

bal

1) (1970) (stud.) bekakt, conservatief persoon. Vaak als verkleinvorm en meestal voorafgegaan door negatieve aanduidingen zoals 'rechtse' of 'arrogante'. Soms ook positief: 'populaire bal'. Verkorting van corpsbal*. Een ‘ballenvereniging’ is een studentenclub. • En een stelletje psychob...

Lees verder
2019
2021-04-16
Ewoud Sanders

Taalhistoricus en journalist.

bal

frank; gulden In 1890 voor het eerst opgenomen in een Bargoense woordenlijst, uit Roeselare in West-Vlaanderen, in de betekenis ‘frank’ (de munteenheid). Kennelijk is dit woord via het zuidelijke Bargoens in het Nederlands terechtgekomen. Van het Franse balle (‘rond voorwerp’). • Nu werd Maurice wit, zijn oogleden trokken woedend samen. ‘Di...

Lees verder
2018
2021-04-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

bal

bal - zelfstandig naamwoord 1. rond voorwerp voor spel en sport ♢ de kinderen speelden met een bal 1. een balletje trappen [een partijtje voetballen] 2. wie kaatst moet de bal v...

Lees verder
2017
2021-04-16
Leendert Brouwer

CBG|Familienamen

Bal

De familienaam Bal wordt beschouwd als een patroniem op basis van de roepnaam Bal(do) uit Boudewijn (Baldewinus). Daarnaast kan gedacht worden aan een relatie met de afbeelding van een bal, bijvoorbeeld met betrekking tot een uithangbord of een gevelteken; vergelijk in die zin samenstellingen als Bontenbal, Roodbal en misschien ook Doornenbal. De...

Lees verder
2017
2021-04-16
Voetballers

Jargon & Slang van Voetballers

Bal

Bal - 'de bal is rond': zegswijze om aan te geven dat er nog van alles kan gebeuren. De afloop van de wedstrijd kan dus nooit voorspeld worden. Titel van een boek van D. Ariese. 'Aan de bal zijn': de bal in zijn bezit hebben. 'De bal het werk laten doen': passen in plaats van dribbelen. 'Achter de bal spelen': verdedigend spelen. 'De bal doodleggen...

Lees verder
2009
2021-04-16
Golfsportwoordenboek

Golfsportwoordenboek door Jan Luitzen

bal

(de; -len) 1 - bolvormig massief of uit delen opgebouwd lichaam dat van de afslagplaats met één of meer slagen in de hole moet worden geslagen, syn. golfbal: een makkelijke resp. lastige, moeilijke bal; zoeken naar de bal, proberen de bal te vinden; mag volgens de golfregels gedurende vijf minuten. • De golfbal werd vroeger gemaakt van leer met een...

Lees verder
2008
2021-04-16
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

bal

(de; -len) GY - bolvormig voorwerp van rubber of synthetisch materiaal (licht plastic) met een diameter van 18-20 cm en een gewicht van tenminste 400 g, dat gebruikt wordt als handge- reedschap bij ritmische gymnastiek. • Krachtige, spectaculaire worpen vormen een contrast met lichte en precieze bewegingen bij het opvangen van de bal. (KOODE) • Gy...

Lees verder
1999
2021-04-16
Woordenboek van Neologismen

Geschreven door Marc de Coster ©

Bal

Bal - verkorting van corpsbal ‘lid van een studentencorps’. Sinds eind jaren zeventig. Volgens de eigenaar komen hier sportieve, trendy mensen, volgens de jongeren uit Den Helder ook patsers en ballen. Nieuwe Revu, 23-06-98 de bal bij iemand (anders) leggen, de beslissing aan iemand anders overlaten. De staatssecretaris moet de moed hebben om zel...

Lees verder
1998
2021-04-16
Medische Eponiemen

T.Beijer en C.G.L.Apeldoorn, Woordenboek van medische eponiemen

BAL

[/B]British Anti-Lewisite, zie Lewisiet.

Lees verder
1997
2021-04-16
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

bal

In vooral het zuiden van het taalgebied komt de elliptische verwensing mijn ballen! voor. Daarnaast verschijnt de volledige vorm lik mijn ballen! Eenmaal noteerde ik;a, mijn ballen Gerard! Al deze varianten wijzen op minachting, onmacht, ergernis enz. en betekenen ‘bekijk het maar, je kunt me wat, ik wil niet meer met je...

Lees verder
1993
2021-04-16
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Bal

dansfeest

1992
2021-04-16
Symbolen

Hans Biedermann

bal

Spelen met een bal die uit rubber (Oud-Mexico), leer, wol of stof bestaat, hebben in vele oude culturen een ritueel-symbolische betekenis, en wel in relatie tot de Zonnebal die langs de hemel schrijdt. In de Odyssee van Homerus wordt een als dans gecelebreerd balspel vermeld, waarbij twee jongens de bal van purperen wol ‘springend recht omhoo...

Lees verder
1977
2021-04-16
Erotisch woordenboek

Geschreven door Hans Heestermans (1977)

bal

bal - testikel, zaadbal. De ballekens zijn in een beursken besloten, als een zeer kostelijke zaak, Eros’ L. 83 [18e e.]. Minder gebruikelijk in de bet.: vrouwenborst.Hierbij: de verb. met twee ballen slaan, coïteren. Doch; daer zijn wel and're plaetsen, Daer (se) met twee ballen slaen, Maer ick souder noode Kaetsen, Want de netten z...

Lees verder
1973
2021-04-16
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

Bal

Bal - zie Baäl.

1954
2021-04-16
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Bal

testikel, testis, zie zaadbal.

1954
2021-04-16
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Bal

z. Ballen.

1952
2021-04-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Bal

1. s., bal; houten — bij balspel, koai. 2. s.n., bal (it); na afloop —, efternei dounsjen.

Lees verder
1950
2021-04-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Bal

I. BAL m. (-len), 1. bolrond lichaam; in ’t bijz. zulk een betr. klein hol voorwerp van gummi e.d. waarmede kinderen zich vermaken door het op te gooien en te vangen; bolrond massief of hol lichaam dat bij allerlei spelen als kaatsen, kegelen, biljarten, voetballen, tennissen enz. dienst doet; — een in bolvorm samengepakte hoeveelheid...

Lees verder
1921
2021-04-16
Levende taal

T. Pluim - 1921

Bal

Het balspel was vroeger (en is nog) algemeen geliefd en verrijkte daardoor onze taal met verscheidene spreekwijzen; o.a.: 1. Hij loopt vóór zijn bal: hij is te vroeg in de weer, te haastig. 2. Wie kaatst, moet den bal verwachten, nl. van zijn tegenpartij; fig.: wie een ander aanvalt, moet op tegenstand, tegenweer rekenen, de gevolgen...

Lees verder
1916
2021-04-16
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Bal

Bal - danspartij; B. paré, staatsiebal, bal, waartoe men slechts speciaal gecostumeerd toegelaten wordt; B. masqué, gemaskerd bal; B. champêtre, danspartij in de open lucht; B. blanc, bal, waarop slechts door ongehuwden mag worden gedanst.