Bak
I. BAK I.m. (-ken), 1. min of meer vierkant, doosvormig voorwerp, in beginsel zonder deksel, dienende om iets in te bergen of te bewaren: in een winkel heeft men verschillende bakken voor rijst, meel enz.; — een bak voor aardappels, om die in te bewaren of te schillen; — dergelijk voorwerp, meestal met deksel, om turf, ko...