Wat is de betekenis van baby?

2022
2022-05-16
vindpunt

Vindpunt.nl

baby

(zelfstandig naamwoord) [alg.] kleine, kleintje, boreling, zuigeling - Vroeger werd de boreling als vanzelf naar een verwante vernoemd . [alg.] schatje, liefje - H? schatje, was je niet gediend van mijn gefluit?

Lees verder
2020
2022-05-16
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

baby

Het begrip baby heeft 2 verschillende betekenissen: 1) pasgeboren kind. kind dat zich in de eerste levensfase bevindt, vanaf zijn geboorte tot ongeveer één jaar; pasgeboren kind; zuigeling. In sommige samenstellingen met baby als eerste lid verwijst baby naar 'klein', 'mini' of 'miniatuur', zoal...

Lees verder
2018
2022-05-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

baby

baby - zelfstandig naamwoord uitspraak: be-by 1. kind dat jonger is dan een jaar ♢ ze hebben pas een baby gekregen Zelfstandig naamwoord: be-by de baby de baby's ...

Lees verder
2010
2022-05-16
Dokterswoordenboek

Ruim 2300 medische begrippen, omschreven door Jannes van Everdingen en Arnoud van den Eerenbeemt

baby

Kind dat jonger dan één jaar is. Bij de geboorte weegt een baby gemiddeld zo’n 3, 5 kilo. Moeders gebruiken graag het woord ‘pond’: ‘Mijn baby weegt zeven pond’. (Weet je nog hoeveel ‘ons’ dat is?) In het eerste levensjaar verdriedubbelt dat gewicht, tot zo’n tien kilo. Daarna gaat de groei wat langzamer (gelukkig maar, want anders werd iedereen ee...

Lees verder
1993
2022-05-16
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Baby

zuigeling; kleintje

1981
2022-05-16
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Baby

Engels leenwoord voor het kleine kind in de levensperiode tussen 0 en 2 ½ jaar. In het gewone spraakgebruik noemt men vaak alleen de zuigeling (tot 1 jaar) een baby.

1973
2022-05-16
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Baby

[Eng.], m. (-’s, babies), zuigeling, klein kind. In samenstellingen gebruikt om een bijzonder klein model aan te duiden: Babypiano. Baby is de benaming voor de mens in de allereerste periode van zijn leven, nl. vanaf de geboorte tot ca. 1 jaar. In de babyperiode vindt een zeer snelle ontwikkeling plaats, zowel lichamelijk (de lengte b.v. verd...

Lees verder
1955
2022-05-16
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Baby

klein kind, zuigeling

1954
2022-05-16
Medisch Encyclopedie 1954

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Baby

zuigeling, zie aldaar.

1952
2022-05-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Baby

s., (lytse) poppe, (lyts) popke (it), harte, harterke (it); een — krijgen, in lytsen-ien krije, hwat jongs krije, in bern krije; een — verwachten, in bern hawwe moatte, krije moatte, jongwiif, swier wêze.

1951
2022-05-16
Engels

Woordenboek Engels (1951)

Baby

I kind ; kleintje, jong [v.e. dier]; II als kinder-, klein; baby grand, kleine vleugel (piano).

Lees verder
1950
2022-05-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Baby

(Eng.), m. en v. (babies), zuigeling, klein kind; kindje, kleintje.

1948
2022-05-16
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

baby

(bee bie) (Eng.) m. en v. klein kind, kindje, kleintje.

1937
2022-05-16
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

baby

m. en v. babys (Eng. kindje, kleintje).

1898
2022-05-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

BABY

(Eng.) v. klein kind, kindje; — kinderjurk, losse jurk; (ook voor grootere meisjes); — huishoudschort met mouwen; — HOED, m. (-en), — JURK, v. (-en), enz. hoed, jurk voor eene baby.

Lees verder