Wat is de betekenis van babbelen?

2018
2021-04-10
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

babbelen

babbelen - regelmatig werkwoord uitspraak: bab-be-len 1. gezellig praten over onbelangrijke dingen ♢ we babbelden wat bij een kopje thee Regelmatig werkwoord: bab-be-len ik babbel jij/u...

Lees verder
1973
2021-04-10
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

Babbelen

Babbelen - (babbelde, heeft gebabbeld), 1. veel praten over dingen van weinig belang, uit lust tot praten; 2. gezellig praten: dat oude vrouwtje kan zo aardig -.

1952
2021-04-10
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Babbelen

v., babbelje, keakelje, tsjottelje, toatsje, teutsje, teutelje, rantsje, reutelje, rattelje, tsjaffelje, taterje, kletse, klaphout forsjitte; uit — gaan, op ’e reutel gean; zij heeft veel te —, hja hat frijhwat in snak, frijhwat to snakken.

1950
2021-04-10
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Babbelen

(babbelde, heeft gebabbeld), 1. veel praten over dingen van weinig belang, uit lust tot praten : dienstmeisjes die een uur aan de deur staan te babbelen; (schoolt.) met elkaar praten van leerlingen onder de les : kinderen die babbelen, storen het onderwijs; 2. praatjes verkopen, kwaadspreken: over het verdwijnen van die man wordt...

Lees verder
1898
2021-04-10
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

BABBELEN

(babbelde, heeft gebabbeld), veel praten over dingen van weinig belang, uit lust tot praten: dienstmeisjes die een uur aan de deur staan te babbelen; (vooral) met elkaar praten van leerlingen onder de les kinderen die babbelen, storen het onderwijs; — zich in ongunstigen zin over iemand of iets uitlaten over het verdwijnen van dien man wordt...

Lees verder