Wat is de betekenis van Baar?

2020
2021-06-22
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

baar

(19e eeuw) (sold., zeem.) groentje, nieuweling. Van het Maleise woord 'baroe' of 'baru': zo werden de nieuwkomers genoemd als ze voor het eerst in Nederlands Nieuw Guinea aankwamen en nog bleek zagen. 'Baru' is kort voor 'orang baru'. 'Orang' betekent mens en 'baru' nieuw. •...

Lees verder
2017
2021-06-22
Matrozen en mariniers

Jargon & Slang van Matrozen en mariniers

Baar

Baar - nieuweling, groentje. Van Mal. beharoe nieuw. Zo noemde men oorspronkelijk de nieuwkomers in Nederlands Nieuw-Guinea, die nog bleek zagen. Eig. verkorting van orang bam = nieuwe mens.Een baar voor Celebes?- Jan de Hartog, Gods geuzen (1947)

2015
2021-06-22
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

baar

staaf Op dat ogenblik stopte er ook een tractorbestuurder en die man nam een ijzeren baar om zich te kunnen verdedigen. Met zijn tweeën hebben we de rottweiler zo weggejaagd. (Het Belang van Limburg) In Nederland wordt 'baar' alleen voor edele metalen gebruikt, in België ook: 'ijzeren baar'. Belgisch-N...

Lees verder
1994
2021-06-22
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Baar

[Mal. bahroe = nieuw] nieuweling, groentje.

1993
2021-06-22
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Baar

draagtoestel; golf; staaf; nieuweling, groentje (Ind.)

1981
2021-06-22
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Baar

1. staaf van (meestal kostbaar) gegoten metaal, b.v. gouden baren; 2. in de uitdrukking: in baar geld betalen, d.w.z. in contanten (bankbiljetten of munten) en niet door middel van een cheque of overboeking; 3. zandbank van een riviermonding; 4. draagbaar, lijkbaar; 5. golf van de zee.

Lees verder
1958
2021-06-22
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

BAAR

Tiberius de, stond van 1764-70 als predikant te Witmarsum. Na opzienbarend proces wegens onzedelijkheid afgezet. Zie: B.W.P.G.I, 276.

Lees verder
1955
2021-06-22
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Baar

onbevaren matroos; groen; vroeger: nieuweling (vooral in Indië); ook: contant; een edel metaal.

1954
2021-06-22
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Baar

draagbaar of brancard, zie aldaar

1952
2021-06-22
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Baar

1. s., bier, bierre, baer. 2. adj., baer; — geld, ré, kâld jild.

Lees verder
1950
2021-06-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Baar

I. v. (baren), plaatselijke verheffing van de waterspiegel der zee, meestal door de wind veroorzaakt, golf (alleen in hogere stijl): de woeste baren, op de baren dobberen; zegsw. geen baar komt hem te hoog, niets maakt hem vervaard; op de baren zijn geluk beproeven, op zee; land aan de baren ontwoekerd, op de zee gewonne...

Lees verder
1948
2021-06-22
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

baar

m. nieuweling, groen, onbevaren matroos.

1937
2021-06-22
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Baar

Iemand die voor ’t eerst in Indië komt, een groen aan de cadettenschool, een onbevaren matroos.

1933
2021-06-22
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Baar

(Maleisch baroe = nieuw); 1) pas in Ned.-Indië aangekomen Europeaan; 2) groen bij cadetten en adelborsten.

Lees verder
1928
2021-06-22
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Baar

Wat baar geld (klinkende munt) en wat een draagbaar is, weet je. Maar ’t woord baar heeft nog een andere betekenis, n.l. nieuweling. Het is dan afgeleid van het Maleise woord baroe, d.i. nieuw. Iemand, die pas in Indië aankomt en dus van de Indische toestanden nog niet op de hoogte is, noemt men een orang baroe (nieuw mens) of baar. Van...

Lees verder
1916
2021-06-22
Technisch woordenboek

H.J. van Eyk

Baar

1°. Vervoermiddel voor zieken en gewonden. 2°. Een golf. 3°. Een staaf metaal, meestal edel metaal. 4°. Contant geld.

Lees verder
1916
2021-06-22
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Baar

Baar - dorp in het Zwits. kanton Zug, met katoen- en andere fabrieken; 5200 inw.

1910
2021-06-22
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Baar

Baar - staaf onverwerkt goud, zilver enz., gewoonlijk in den vorm van een afgeknotte pyramide en voorzien van een stempel, aangevende het fijn gehalte of allooi en het gewicht. In Nederland, Frankrijk en Duitschland worden thans het goud en zilver in baren en muntspeciën genoteerd per K.G. van 1000/1000 fijn. Is de prijs van het goud te Amsterdam ƒ...

Lees verder
1898
2021-06-22
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Baar

Het begrip baar heeft 6 verschillende betekenissen: 1. baar - v. (baren), bolle verheffing van den waterspiegel der zee, meestal door den wind veroorzaakt; golf geene baar (zee, golf) komt hem te hoog, niets maakt hem vervaard; de woeste baren; — op de baren zijn geluk beproeven, op de zee; — (fig.) de baren der levenszee, de dreigend...

Lees verder
1870
2021-06-22
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Baar

Baar, vereenigd met Lathen is eene voor­malige baanderheerljjkheid in het graafschap Zutphen. Reeds in 1280 vindt men melding gemaakt van een heer van Baar, die den Doornweert veroverd had. Leden van dit geslacht namen deel in den strijd der Heeckerens en Bronkhorsten. Het kasteel Baar is in 1423 in handen gekomen van he...

Lees verder