Baar
I. v. (baren), plaatselijke verheffing van de waterspiegel der zee, meestal door de wind veroorzaakt, golf (alleen in hogere stijl): de woeste baren, op de baren dobberen; zegsw. geen baar komt hem te hoog, niets maakt hem vervaard; op de baren zijn geluk beproeven, op zee; land aan de baren ontwoekerd, op de zee gewonne...