Wat is de betekenis van baaivanger?

2026-07-19
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Baaivanger

m. (-s), (vrijwel veroud.) 1....

2026-07-19
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

baaivanger

1) (19e eeuw) (iron. slecht schaatser, krabbelaar....

2026-07-19
Jargon & Slang van Matrozen en mariniers

Marc De Coster (2017)

Baaivanger

Baaivanger - ruwe matroos, zwierbol; lange wollen zeemansjas.

2026-07-19
Scheldwoordenboek

Marc de Coster (2007)

baaivanger

ironisch voor een slecht schaatser, krabbelaar....

2026-07-19
De vreemde woorden

Fokko Bos, Dr. O. Noordenbos (1955)

Baaivanger

een vlug en sierlijk schaatsenrijder; groenlandvaarder; ook:...

2026-07-19
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

baaivanger

m. baaivangers (schansloper; ruw matroos; zwierbol; vlug en...

2026-07-19
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

baaivanger

('ba:i) m. (-s) I....

2026-07-19
De vreemde woorden

Fokko Bos (1914)

baaivanger

baaivanger - m., een vlug en sierlijk schaatsenrijder;...

2026-07-19
Vivat's Geïllustreerde Encyclopedie

J. Kramer (1908)

Baaivanger

Waakrok, oliejas/ Fig.: een druktemaker ; op het ijs : een...

2026-07-19
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

BAAIVANGER

m. (-s), kleedingstuk voor zeelieden, inwendig van baai en...

2026-07-19
Zeemans woordenboek

Jacob van Lennep (1865)

Baaivanger

z.n.m. - Oorspronkelijk een wolkvanger van Baai....