Wat is de betekenis van BAAI?

2022
2023-02-07
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster

baai

1) (16e eeuw) (mnl. bay, roodbruin) (Barg.) rode wijn. • Baey: wijn. (Anoniem: Der fielen, rabauwen, oft der schalcken vocabulaer. 1563) • Wyn: Baay. (Nicolas Racot de Grandval: Nederduitsch en Bargoens woordenboek. 1743) • Baai, wijn. (Onze Volkstaal. Deel 3. 1885. Alphabetische Woordenlijst van het Bargoensch) • Baai. Een w...

Lees verder
2020
2023-02-07
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Baai

Zie Barbara

2018
2023-02-07
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

baai

baai - zelfstandig naamwoord 1. inham van de zee in het land ♢ ons vakantiehuis ligt aan een baai Zelfstandig naamwoord: baai de baai de baaien het baaitje

Lees verder
2017
2023-02-07
Studenten

Jargon & Slang van Studenten

Baai

Baai - rode wijn, Mnl. bay = roodbruin. Van Lat. badius = (rood)bruin.

1990
2023-02-07
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

baai

baai - Wollen stof in effenbinding, sterk gevold en geruwd, afgewerkt met een lange vleug om vilt te imiteren. Het wordt in één kleur geverfd en gebruikt als beschermende afdekking voor meubelen en interieuronderdelen, b.v. in de 18e eeuw als deurbekleding, maar ook voor kleding, vooral als voeringstof van overkleding.

1981
2023-02-07
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Baai

I. een inham van de zee, b.v. de Baffinsbaai; 2. dik flanel van zuiver wol; 3. fijngesneden tabaksoort, genoemd naar Bahia in Brazilië.

Lees verder
1964
2023-02-07
voornamen

Voornamenboek

Baai

v -> Barbara (Oud-Gastel). Zie ook Baaie.

1955
2023-02-07
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Baai

tabak, fijngesneden, oorspr. van Bahia, een streek in Brazilië; ook rode wijn.

1952
2023-02-07
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Baai

1. s., baei, bocht, hop (it). 2. s.n., baei (it).

Lees verder
1947
2023-02-07
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

Baai

(1) is een uit grove strijkgarens vervaardigde sterk geruwde en gevolde wollen stof. (2), (tabak), fijn gesneden rooktabak, het meest bekend als Friese Herenbaai.

Lees verder
1937
2023-02-07
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

baai

I. v., Z.-N. m. (soorten) baaien, baaitje (wollen weefsel; Z.-N. baaien borstrok): rode baai. II. v. baaien, baaitje (inham van de zee in het land, dikwijls van binnen breder dan aan de opening; zeeboezem): de baai v. Chesapeake. III. v. (wijn): rode baai. IV. v. (fijn gesneden tabaksoort): fijne herenbaai, naar Bahia in Brazilië of de Chesa...

Lees verder
1933
2023-02-07
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Baai

1) inham; 2) wollen stof; 3) fijne rooktabak; 4) wijnsoort.

Lees verder
1930
2023-02-07
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

baai

I (ba:i) m. (-en) [msch. Lat. badius. bruinrood < Beiaard (Ros)]. 1. ook o. Eig, dikke rode, blauwe enz. wollen stof voor onderklederen : een met gevoerde jas. 2. [msch. baai (1), wegens de kleur] Metf. rode wijn, vooral van Bordeaux. II (ba:i) v. (-en; -tje) [msch. Bask. baia, haven] inham der zee in het land, doorgaans van binnen breder dan...

Lees verder
1919
2023-02-07
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Baai

roode —, Rijnsche —, voor roode (Bordeaux-) wijn en Rijnwijn; dit bai is bei = bes, druif (Bilderd., Geslachtslijst 1, 33).

1916
2023-02-07
Technisch woordenboek

H.J. van Eyk

Baai

1°. Een wollen stof gelijkende op molton. 2°. Een fijn gesneden soort tabak, waarschijnlijk afgeleid van Bahia. Zeer bekend is de „Friesche heerenbaai”.

Lees verder
1916
2023-02-07
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Baai

Baai - 1) een dikke wollen stof van verschill. kleur (rood, bruin, geel, blauw), waar onderkleeren van gemaakt worden; 2) fijn gesneden rooktabak, vooral als Friesche Heerenbaai bekend; de naam is misschien afkomstig van de baai van Chesapeake, Maryland (Ver. St.); 3) aardrijksk. benaming, hetzelfde als golf, een inham van de zee in het land.

Lees verder
1911
2023-02-07
pluim

Keur van Nederlansche woordafleidingen

Baai

(wollen stof) van ’t Fr. bai en dit van ’t Lat. badius — kastanjebruin, daar de stof gewoonlijk roodbruin gekleurd was. ’t Woord baai als zeeboezem is wellicht aan ’t Fr. baie of ’t Spaansche bahia ontleend, maar is niet verder na te gaan.

Lees verder
1898
2023-02-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

BAAI

1. BAAI, o. en v. (-en, als soortnaam), een dik en grof wollen weefsel, op molton gelijkend flanel, meestal donkerrood, ook wel bruin, geel of blauw van kleur, waarvan onderkleeren, vrouwenrokken, hemden voor zeelieden en boeren worden gemaakt: baai dragen, een hemd of onderkleeren van baai dragen; hij zit heelemaal in ’t baai. 2. BAAI, v. (ook roo...

Lees verder
1870
2023-02-07
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Baai

Zoo noemt men in de eerste plaats een kleinen zeeboezem, — in de tweede plaats eene wollen stof, die tot de lakenachtige en meer bepaald tot de flanellen behoort, en welke men tot het vervaardigen van onderkleêren, zooals vrouwen-rokken en zeemans-hemden, als mede tot voering gebruikt, — en einde­lijk eene soort van fijn-gekorven tabak, die voor­al...

Lees verder
1864
2023-02-07
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Baai

Baai, v. (-jen, B. -en), gmv. kleine golf of inham. *-, m. wollen stof; § roode wijn. *-JEN, bn. van baai. *-HAL, v. (-len), plaats waar baai verkocht wordt. *-TJE, (B. -N), o. buisje; op zijn - krijgen, bekeven -, afgerost worden. *-VANGEN, ow. (enkel in de onb. wijs), sierlijk op schaatsen rijden. *-VANGER, m. (-s), groenlandsvaarder. -,...

Lees verder