Wat is de betekenis van Autonomie?

2021
2021-04-17
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Autonomie

Autonomie betekent het zelf opleggen van wetten. Een autonoom persoon probeert zaken na te streven die voor hem of haar belangrijk of waardevol zijn en bewandelt op die manier een eigen levenspad. Autonome personen kijken kritisch naar zichzelf en anderen en bepalen daarbij welke zaken zij bijvoorbeeld als goed of kwaad, of zinvol of zinloos zien....

Lees verder
2018
2021-04-17
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

autonomie

autonomie - zelfstandig naamwoord uitspraak: au-to-no-mie 1. het zelf wetten mogen opstellen ♢ de bewoners van Curaçao willen autonomie 2. niet afhankelijk zijn van anderen ♢ deze kunstenaars wi...

Lees verder
2017
2021-04-17
Jules Grandgagnage

Leraar, schrijver

Autonomie

Autonomie (van het Griekse αὐτονομία, autonomia) verwijst naar het vermogen om zichzelf te besturen, volgens eigen regels, en om onafhankelijk te werken, zonder externe controle en input van buitenaf. In de moraalfilosofie is autonomie het vermogen om zelf te handelen door de eigen gedragsregels, de eigen eigen wetten te volgen. Autonomie staat syn...

Lees verder
2015
2021-04-17
De Communicatie professional

De Communicatie professional

autonomie

Zelfstandigheid

2007
2021-04-17
Lexicon van de Ethiek

Verklarend lexicon van de meest gebruikte begrippen uit de hedendaagse ethiek.

Autonomie

Autonomie (van het Griekse autos: zelf, en nomos: wet of norm) betekent letterlijk ‘zelfnormering’ of ‘zelfwetgeving’. De term komt voor het eerst voor in Griekse geschriften uit de vijfde eeuw voor Christus als karakterisering van de politieke status van stadstaten. Autonome stadstaten mochten in tegenstelling tot niet-autonome over interne aangel...

Lees verder
2005
2021-04-17
Basisboek Effectief leren

Basisboek Effectief leren

Autonomie

Iemand zijn, eigen besluiten kunnen nemen, geen lijdend voorwerp van krachten buiten je macht, ondernemen zonder hulp van anderen.

2000
2021-04-17
Basisboek Recht

Basisboek Recht

Autonomie

Eigen bevoegdheid waarbij een relatief grote vrijheid bestaat.

1997
2021-04-17
Klinische psychologie

Theorieën en psychopathologie

autonomie

Vrijheid en verantwoordelijkheid om in het productieproces eigen doeleinden na te streven. In dit boek worden hiervan vier vormen onderscheiden.

1996
2021-04-17
Liek Mulder

Auteur van o.a. Historische gids van de 20e eeuw (Uitgave 1996)

Autonomie

Het recht van een volk zelf wetten te maken. Een synoniem van autonomie is zelfbestuur. Het begrip autonomie betekent letterlijk `zichzelf tot wet zijn'.

Lees verder
1994
2021-04-17
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Autonomie

[Gr. autonomia = staatkundige onafhankelijkheid, van autos = zelf, en nomos = gewoonte, gebruik, wet] 1 (volkenrecht) zelfbestuur, het recht om eigen wetten te maken; 2 (staatsrecht) bevoegdheid van lagere rechtsgemeenschappen dan de staat om voorschriften uit te vaardigen in eigen aangelegenheden...

Lees verder
1993
2021-04-17
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Autonomie

zelfbestuur; zelfstandigheid

1992
2021-04-17
Hoofdlijnen Nederlands Recht

Hoofdlijnen Nederlands Recht

autonomie

Bevoegdheid om regels te stellen met betrekking tot de eigen huishouding (openbare zaken die betrekking hebben op de provincie of gemeente).

1981
2021-04-17
zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Autonomie

1. staatsrechtelijk: het recht tot regeling en bestuur van de „eigen huishouding”, d.w.z. van alles wat van gemeentelijk of provinciaal belang is; 2. volkenrechtelijk: de bevoegdheid, gegeven aan bepaalde groepen, minderheden, om hun eigen binnenlandse aangelegenheden zelf te regelen.

Lees verder
1973
2021-04-17
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

Autonomie

Autonomie - [Gr. autos, zelf, nomos, wet], v., 1. de bevoegdheid als staat of als nationale eenheid om zichzelf wetten te geven; zelfregering; 2. de bevoegdheid van rechtsgemeenschappen van lagere orde dan de staat om algemeen bindende voorschriften te geven in eigen aangelegenheden; 3. zelfstandigheid met betrekking tot economische verhoudingen; 4...

Lees verder
1955
2021-04-17
vreemd

Vreemde woordenboek

Autonomie

v., zelfregering

1955
2021-04-17
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

AUTONOMIE

(Gr.: atitos, zelf, en nomos, wet) geeft in het algemeen aan dat een zijnde in zichzelf zijn wet heeft, in tegenstelling tot heteronomie (Gr.: heteros, de ander). In juridische zin is een gemeenschap (staat) autonoom, die zelfbestuur heeft. Een wetenschap is autonoom in zover ze naar terrein en methode van onderzoek niet afhankelijk is van een ande...

Lees verder
1954
2021-04-17
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Autonomie

Bevoegdheid tot het stellen van regels voor gelding in eigen kring. Organisaties, zoals verenigingen hebben deze bevoegdheid. Ook openbare instellingen, zoals provinciën, gemeenten, en waterschappen (indien daaraan keurbevoegdheid is toegekend); eveneens de instellingen der Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie. Deze inwendige reglementen of...

Lees verder
1950
2021-04-17
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Autonomie

(<Gr.), v., zelfregering, het recht van een land, gewest enz. om zichzelf wetten en reglementen te geven: de Gemeentewet huldigt de autonomie der Gemeenten binnen de grenzen der Rijkswetten; 2. (wijsbeg.) onafhankelijkheid van de wil, zedelijke wetgeving der rede.

Lees verder
1949
2021-04-17
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Autonomie

(Gr.: zelfwetgeving) (1), in staatsrecht; bevoegdheid van lagere openbare lichamen (in Ned. en België vooral provinciën en gemeenten), om algemeen bindende voorschriften te geven voor hun eigen gebied. A. goed te onderscheiden van zelfbestuur : medewerking aan uitvoering van regelingen, vastgesteld door hoger gezag. Tussenvorm: als hogere...

Lees verder
1948
2021-04-17
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

autonomie

v. het recht om zelf wetten te geven, zelfregering.