Wat is de betekenis van Autocratie?

1996
2022-11-27
Liek Mulder

Auteur van o.a. Historische gids van de 20e eeuw (Uitgave 1996)

Autocratie

Een regeringsvorm of machtsstelsel waarin onbeperkte macht in handen van één persoon is geconcentreerd. Een voorbeeld van autocratie is de macht van de Russische tsaren, die pas door het Oktobermanifest van 1905 enigszins werd beperkt. In de politieke praktijk wordt de uitoefening van de macht wel met anderen gedeeld.

Lees verder
1994
2022-11-27
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Autocratie

[Gr. autokrateia] 1 onbeperkte heerschappij; 2 land dat door een autocraat geregeerd wordt.

Lees verder
1993
2022-11-27
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Autocratie

(autokratie) alleenheerschappij

1973
2022-11-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Autocratie

[Gr. autos, zelf, kratein, heersen], v., regeringsstelsel waarbij in beginsel alle macht is opgedragen aan een eenhoofdig of klein veelhoofdig gezag en waarbij die macht niet ontleend wordt aan tevoren in een grondwet gestelde regels of een keuze door het gehele kiesgerechtigde volk, maar aan een benoeming door een klein centraal orgaan of aan een...

Lees verder
1952
2022-11-27
Frans woordenboek (FR-NL) 1950

Dr. F.P.H. Prick van Wely

Autocratie

alleenheerschappij.

1950
2022-11-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Autocratie

v., onbeperkte heerschappij; door een autocraat geregeerd land.

1949
2022-11-27
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Autocratie

regeringsvorm, waarbij hoofd van de Staat de wetgevende èn uitvoerende macht in zijn persoon verenigt, zodat hij alleenheerser is.

1948
2022-11-27
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

autocratie

v. eigenmachtige of absolute heerschappij; staat door een autocraat bestuurd.

Lees verder
1947
2022-11-27
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

Autocratie

betekent zowel zelfbeheersing als alleenheerschappij. De wijsbegeerte gebruikt het woord vooral in de eerstgenoemde betekenis. Kant duidt er de heerschappij van de wil over de neigingen en hartstochten door aan, het bestuur van den mens over zichzelf.In het staatsrecht is autocratie de regeringsvorm, waarbij het opperhoofd van de Staat de wetgevend...

Lees verder
1937
2022-11-27
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

autocratie

v. (Gr. kratos = macht, kracht: het autocraat-zijn, onbeperkte heerschappij).

1933
2022-11-27
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Autocratie

alleenheerschappij; autocraat, doordrijver v. eigen wil.

1933
2022-11-27
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Autocratie

Autocratie - (Gr. autos = zelf, kratein = regeeren), in de wijsbegeerte: zelfbestuur, zelfbeheersching; als zoodanig wordt het door Kant gebruikt. In het staatsrecht: een staatsvorm, waarin een persoon (de vorst, de eerste minister) of enkele personen (de regeerders), de wetgevende en uitvoerende macht in handen hebben (absolute macht). Overdrachte...

Lees verder
1908
2022-11-27
Vivat

Schrijver op Ensie

Autocratie

Alleenheerschappij. In de philosophie (Kant.); zelfheerschappij, zelfbeheersching.

1906
2022-11-27
wink

Wink's vreemde woordenboek

Autocratie

vr., regeering van een autocraat dat is een onbeperkt heerscher.

1870
2022-11-27
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Autocratie

Autocratie beteekent zoowel zelfbeheersching als alleenheerschappij. De wijsgeerige zedekunde gebruikt het woord vooral in den eertstgemelden zin. Kant duidt er de heerschappij van den wil over de neigingen en hartstogten door aan, het bestuur van den mensch over zichzelven. — In het staatsregt is de autocratie de regeringsvorm, waarbij het...

Lees verder
1864
2022-11-27
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

autocratie

autocratie - v. gmv. onbeperkte heerschappij