Wat is de betekenis van armoedig?

2019
2022-10-01
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

armoedig

armoedig - Bijvoeglijk naamwoord 1. van armoede getuigend Trek die armoedige kleren toch eens uit en trek wat leuks aan. De rijke man had altijd armoedige kleren aan, want hij wilde zijn rijkdom niet tonen. Woordherkomst Afgeleid van ar...

Lees verder
2018
2022-10-01
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

armoedig

armoedig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ar-moe-dig 1. waaruit blijkt dat iemand niet veel geld heeft ♢ het verwaarloosde kind draagt armoedige kleren 2. wie arm is ♢ het is een armoedig gezi...

Lees verder
1952
2022-10-01
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Armoedig

adj. & adv., earmoedich, ealtsjes, heukerich, skobberich, skeamel, earmelytse; — leven, goarje; zij hebben het erg —, it skaeit der sober by har lâns; — boerderijtje, heukerspultsje (it), diakonijspultsje (it).

1950
2022-10-01
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Armoedig

bn. bw. (-er, -st), 1. blijk gevende van de armoede van de bezitter, behoeftig, schamel: een armoedig vertrek; armoedige kleding ; ook : een armoedig leven hebben ; een armoedig gezin, in armoede verkerende ; — 2. fig. van geestelijke waarden: een armoedige kunst, gebrekkig, onoorspronkelijk ; — 3. ni...

Lees verder
1937
2022-10-01
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

armoedig

bn., bw. (behoeftig; schamel; niet veel waard): een armoedig vertrek; een armoedige taal; er armoedig uitzien; een armoedige 1000 gld.

1930
2022-10-01
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

armoedig

(ar’moedəch) bn. en bw. (-er, -st) 1. van armoede getuigend; zijn kunst is leven. 2. klein: een beetje. 3. geringschattend gezegd: een -e tweehonderd frank. Syn. ➝ arm.

Lees verder
1898
2022-10-01
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ARMOEDIG

bn (-er, -st), blijk gevende van de armoede van den bezitter, schamel: een armoedig vertrek; armoedige kleeding, ook een armoedig leven hebben; — eene armoedige kunst, gebrekkig; — een armoedig gezin, in armoede verkeerende; — een armoedige bodem, boerenplaats, die niet veel oplevert; — onvoordeelig, ook een armoedige sta...

Lees verder
1898
2022-10-01
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Armoedig

zie Arm.