Wat is de betekenis van ARGLISTIG?

2020
2021-06-23
Onze Taal

Genootschap Onze Taal | Woordpost

arglistig

betekenis boosaardig, sluw uitspraak [arg-lis-tuhg] citaat "Bij bespreking van dat agendapunt wezen de synodeleden op het belang van gefilterd internet. 'De gevaren nemen toe en onze harten zijn arglistig.' Gebruik van internet vraagt grote terughoudendheid, stelden de afgevaardigden van de NRC, zusterkerk van de Gereformeerde Geme...

Lees verder
2019
2021-06-23
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

arglistig

arglistig - Bijvoeglijk naamwoord 1. vaak anderen te slim af zijnde, bedrieglijk, sluw Woordherkomst afgeleid van arglist met het achtervoegsel -ig

Lees verder
1993
2021-06-23
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Arglistig

boosaardig; vals

1952
2021-06-23
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Arglistig

adj. & adv., archlistich, glûpsk.

1950
2021-06-23
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Arglistig

bn. (-er, -st), bw., 1. bn., van boos opzet vervuld, boosaardig, loos en vals : een arglistig vorst, volk ; van zaken (vgl. argeloos) : een arglistig hart; een arglistige poging ; 2. bw., op de genoemde wijze : iem. arglistig in een valstrik lokken.

Lees verder
1898
2021-06-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ARGLISTIG

bn. listig en boosaardig, loos en valsch een arglistig vorst, volk; (van zaken, vgl. argeloos): een arglistig hart; eene arglistige poging: — bw. op eene arglistige wijze iem. arglistig in een valstrik lokken.

Lees verder