Wat is de betekenis van arbeidzaam?

2019
2021-02-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

arbeidzaam

arbeidzaam - Bijvoeglijk naamwoord 1. met genoegen en inzet gewoon om arbeid te verrichten Hij was altijd al een van de arbeidzamere leden van die groep geweest. Woordherkomst Afgeleid van arbeid|arbeid- met het achtervoegsel -zaam Antoniemen lui

Lees verder
1973
2021-02-25
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

Arbeidzaam

Arbeidzaam - bn. (-zamer, -st), geneigd en gewoon om arbeid te verrichten; werkzaam en vlijtig: hij is eerlijk en —; een stil en — leven leiden; ook metonymisch van de handen, van dagen enz. gezegd.

1950
2021-02-25
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Arbeidzaam

bn. (...zamer, -st), geneigd en gewoon om arbeid te verrichten; werkzaam en vlijtig : hij is eerlijk en arbeidzaam ; de arbeidzame mieren, bijen ; een stil en arbeidzaam leven leiden ; ook van de handen, dagen enz. gezegd.

1898
2021-02-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ARBEIDZAAM

bn. (...zamer, ...zaarnst), geneigd en gewoon om arbeid te verrichten; werkzaam en vlijtig hij is eerlijk en arbeidzaam; de arbeidzame mieren, bijen; een stil en arbeidzaam leven leiden; eene arbeidzame loopbaan; ook van de handen, dagen enz. gezegd. ARBEIDZAAMHEID, v. werkzaamheid, vlijt.

Lees verder