Wat is de betekenis van Apparaat?

2020
2021-06-24
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

apparaat

Het begrip apparaat heeft 3 verschillende betekenissen: 1) mechanisch toestel. werktuig, meestal mechanisch of elektrisch, dat speciaal vervaardigd is om het voor een bepaalde functie of activiteit te gebruiken, zowel in het dagelijks leven, als in de techniek, de wetenschap, etc.; mechanisch toestel. 2) functionerende personen of hulpmi...

Lees verder
2020
2021-06-24
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

apparaat

1. (1970) (sch. of euf.) mannelijk lid. Vgl. Duits: ‘Apparat’; Eng. slang: 'tool'. • Maar dan zoop ze zich maar het apelazerus op kosten van de bink die straks zijn apparaat in haar met zijn geld betaalde vaginale deodorant besproeide pruim zou persen. (Hans Plomp: Het Amsterdams Dodenboekje, 1970) • Het is de pijn...

Lees verder
2019
2021-06-24
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

apparaat

apparaat - Zelfstandignaamwoord 1. (techniek) een voorwerp dat samenstelsel is van verschillende onderdelen Een mes is geen apparaat terwijl een keukenmachine dat wel is. Het apparaat is door de ingeslagen bliksem kapotgegaan. Woordherkomst...

Lees verder
2018
2021-06-24
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

apparaat

apparaat - zelfstandig naamwoord uitspraak: ap-pa-raat 1. voorwerp dat een bepaalde werking heeft ♢ met dit apparaat kun je sinaasappels uitpersen Zelfstandig naamwoord: ap-pa-raat het apparaat ...

Lees verder
2017
2021-06-24
Studenten

Jargon & Slang van Studenten

Apparaat

Apparaat - Delftse pejoratieve term voor een meisje.

2004
2021-06-24
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

apparaat

Mannelijk lid; penis. Gereedschap is een populaire metafoor (ook in andere talen) wanneer het mannelijk geslachtsorgaan ter sprake komt. Vaak schertsend. Het Engels kent het gelijkaardige eufemisme ‘tool’. Shakespeare zinspeelde erop in ‘Romeo and Julia’: ‘Draw thy tool.... my naked weapon is out.’ Zie ook instrument*; hendel*. Hij staat op, met zi...

Lees verder
1993
2021-06-24
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Apparaat

toestel; het geheel van hulpmiddelen en werkkrachten

1977
2021-06-24
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans

apparaat

apparaat - mann. lid (vgl. voor meer aanduidingen van gereedschap in de betekenis ‘penis’ o.a. tuig, gereedschap).

1955
2021-06-24
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Apparaat

o., toestel, apparent, duidelijk, waarschijnlijk.

1950
2021-06-24
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Apparaat

(<Lat.)', o. (...raten), 1. min of meer samengesteld toestel, inz. tot het verrichten van physische of chemische proeven, bewerkingen; 2. werktuig ter vereenvoudiging van bepaalde verrichtingen: een apparaat om papier te vouwen, om aardappelen te schillen; 3. gezamenlijke hulpmiddelen en materialen voor de werkzaamheid van een socia...

Lees verder
1949
2021-06-24
Vreemde woorden in de Natuurkunde

Prof. Dr. P.H. van Laer

Apparaat

(Lat. appardtus =uitrusting, werktuig; appardre = uitrusten, gereed maken; < → ad(3), + parare = bereiden, klaar maken). Toestel.

1948
2021-06-24
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

apparaat

o. toestel, toerusting; verzameling van bouwstoffen voor een woordenboek enz.

1916
2021-06-24
Technisch woordenboek

H.J. van Eyk

Apparaat

Toestel, hulpmiddel, gereedschap.

1916
2021-06-24
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Apparaat

Apparaat - (Lat.), toestel; verzameling van benoodigdheden voor een of ander werk. In de philologie beteekent a. het materiaal, waaruit een werk wordt opgebouwd, b.v. het a. van een woordenboek; apparatus criticus zijn al de gegevens die, noodig zijn voor het vaststellen van een tekst. (Zie TEKSTKRITIEK).

1898
2021-06-24
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

APPARAAT

o. (...raten), toestel tot het verrichten van physische of chemische proeven, bewerkingen; — het apparaat van het Woordenboek der Nederlandsche taal/de bouwstoffen.

Lees verder
1870
2021-06-24
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Apparaat

Apparaat of toestel heet elke zamengestelde inrigting voor eene scheikundige of natuurkundige bewerking, zoowel wanneer deze in het laboratorium, als in eene fabriek geschiedt. Eenvoudige hulpmiddelen heeten gereedschappen of instrumenten.

1864
2021-06-24
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

apparaat

apparaat - o. gmv. toestel, toerusting