Wat is de betekenis van APOTHEKERSBEDIENDE?

1933
2020-11-27
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Apothekersbediende

Apothekersbediende - was voor het K.B. van 2 Mei 1908 de titel van apothekers-assistenten.

1898
2020-11-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

APOTHEKERSBEDIENDE

m. en v. (-n), geëxaineerd persoon die in eene apotheek behulpzaam is of mag zijn; ...BOEK, o. (-en), pharmacopoea: ...EXAMEN, o. (-s); ...FLESCH, v. (...flesschen); ...FLESCHJE, o. (-s); ...JONGEN, m. (-s); ...KUNST, v.; ...ONKOSTEN, mv. in apothekersonkosten vervallen, in zeer hooge kosten; ...REKENING, v. (-en), (ook) eene zeer hooge...

Lees verder

Gerelateerde zoekopdrachten