Wat is de betekenis van antithese?

2020
2021-04-16
Onze Taal

Genootschap Onze Taal | Woordpost

antithese

tegenstelling uitspraak [an-tie-tee-zuh] citaat "Dit zijn beslissingen die nooit werden goedgekeurd door de Braziliaanse bevolking. Of je dat nu een coup noemt of iets anders, dit is de antithese van democratie, een directe aanval op de democratie." Bron: these, ontleend aan het klassiek Griekse woord thesis voor 'onderwerp, them...

Lees verder
2019
2021-04-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

antithese

antithese - Zelfstandignaamwoord 1. (taalkunde) het tegenovergestelde, iets met een tegengestelde betekenis 2. (filosofie) de weerlegging van een these 3. (politiek) (in Nederland) de tegenstelling tussen christelijke en seculiere partijen Woordherkomst afgeleid van these met het voorvoegsel anti- Synoniemen tegenstel...

Lees verder
2015
2021-04-16
Groot Retorisch Woordenboek | Lexicon van stijlfiguren

Paul Claes, Eric Hulsens

antithese

G antithesis ‘tegenstelling’, antitheton, L contentio ‘spanning’, contrapositum ‘oppositie’; syn. tegenstelling, oppositie, contrast; vgl. contradictie↗. Syntactisch-lexicale figuur (gedachtefiguur↗) die termen of zinnen als tegenstellingen tegenover elkaar plaatst. Het gaat om contrasterende woorden, bv. antoniemen (oxymoron↗), om uitdrukkingen me...

Lees verder
1994
2021-04-16
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Antithese

[Gr. antithesis = tegenstelling; antitithenai = zetten tegen, stellen tegen] 1 het tegenover elkaar plaatsen; het tegenover elkaar gesteld zijn, tegenstelling; het tegengestelde, (spec. fil.) het tegengestelde van een these (stelling); 2 (lit.) stijlfiguur waarbij tegenover elkaar staande begrippen, voors...

Lees verder
1994
2021-04-16
Lexicon Nederland en België

Lexicon van de geschiedenis van Nederland & België

Antithese

Antithese, een door Abraham → Kuyper gehanteerde en in Nederland gangbaar geworden term, die een tegenstelling poneert tussen de groepen met christelijke (orthodox-protestante en rooms-katholieke) en niet-christelijke (paganistische) beginselen. Het verschil wordt in hoofdzaak bepaald door het standpunt ten opzichte van de praktische politiek. Vòòr...

Lees verder
1993
2021-04-16
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Antithese

(antitese) tegenstelling

1981
2021-04-16
Geschiedenis Lexicon

H.W.J. Volmuller (1981)

Antithese

een door → A. Kuyper gehanteerde en in Nederland gangbaar geworden term, die de tegenstelling poneert tussen de groepen met christelijke (orthodox-protestantse en katholieke) en niet-christelijke (paganistische) beginselen, welk verschil in hoofdzaak ligt in het standpunt ten opzichte van de praktische politiek. Voor de Tweede Wereldoorlog war...

Lees verder
1958
2021-04-16
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

ANTITHESE

De Kuyperiaanse tegenstelling tussen orthodox-christelijke en r.k. gezindten is nauwelijks voelbaar in Frl., meer daarentegen die tussen ‘gelovigen’ en ‘paganisten’, ‘finen’ en ‘grouwen’. De Doleantie heeft gemaakt, dat orthodox-hervormden en gereformeerden tegenover elkaar kwamen te staan. Dit is tot...

Lees verder
1955
2021-04-16
vreemd

Vreemde woordenboek

Antithese

tegenstelling; tegenoverstelling.

1955
2021-04-16
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

ANTITHESE

(Gr., tegenstelling) is een term, die in Nederlandse protestantse kringen gebruikt wordt met name sinds het optreden van A. Kuyper ter typering van organisatorische tegenstellingen op cultureel (onderwijs, pers, radio, maatschappelijke organisaties) en politiek (samengaan van orthodoxprotestanten en Katholieken tegenover vrijzinnigen en onkerkelijk...

Lees verder
1950
2021-04-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Antithese

(<Gr.), v. (-n), tegenstelling, inz. in de stijlleer en met betr. tot geestelijke en politieke stromingen en verschijnselen.

1949
2021-04-16
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Antithese

(Gr.), tegenstelling, tegenwerping. In de Ned. binnenlandse politiek term ingevoerd door Dr A. Kuyper*, die er de tegenstelling tussen Christelijk-gelovigen en modern-ongelovigen mee wilde aangeven.

Lees verder
1933
2021-04-16
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Antithese

Antithese - of Antitheton (Gr.,=tegenstelling), een s t ij l f i g u u r; gedachten, woorden, personen, enz. worden tegenover elkander geplaatst, om een sterk effect te bereiken. Bijv. „Blinden zien en kreupelen gaan, melaatschen worden gereinigd, dooven hooren....” (Mt. 11.5). „....dat uw lauweren maar te dikwerf distelen zijn geweest.” (Schaepman...

Lees verder
1928
2021-04-16
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Antithese

Een vreemd woord dat tegenstelling betekent. Wanneer men in de taalkunde spreekt van een antithese, dan bedoelt men hiermee, dat men twee begrippen, die een tegenstelling vormen, ook door hun plaats in den zin tegenover elkaar stelt, ’t Klinkt een beetje geleerd, maar door een voorbeeld wordt het gemakkelijk te begrijpen. In de versregels b.v...

Lees verder
1926
2021-04-16
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Antithese

Onder these verstaat men in het algemeen het gestelde, de bewering of leerstelling, die bewezen moet worden, zoo is antithese het tegengestelde b.v. van begrippen, die oratorisch met nadruk tegenover elkander worden gesteld in parallelle zinsdeelen. Door vergelijking met het tegengestelde wordt een begrip duidelijker voorgesteld. Een bijzonder soor...

Lees verder
1925
2021-04-16
Wijsgeerige kunsttermen

Dr. C.J. Wijnaendts Francken

antithese

Tegenover-elkander-stelling van twee onderling onverzoenlijke leerstellingen of standpunten; — als tegenbeeld van de synthese, die juist omgekeerd zulke tegenstellingen in een hoogere eenheid zoekt op te lossen.

1916
2021-04-16
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Antithese

Antithese - (Gr), stijlfiguur der tegenstelling, òf uit twee woorden bestaande b.v. een beschaafde barbaar, òf uitgebreider b.v. een hoofd vol kreuken, een geweten zonder rimpel (Vondel).

1898
2021-04-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ANTITHESE

v. (-n), (stijlleer) tegenstelling van woorden of zinnen; — (staatk.) scherpe tegenstelling: volgens de leer der antithese leeft een deel van ons volk volgens christelijk beginsel en het andere deel volgens de beginselen der Fransche revolutie.

Lees verder
1870
2021-04-16
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Antithese

Antithese of tegenstelling is eene rhetorische figuur, bestaande uit twee stellingen, die elkander vernietigen, of uit twee woorden die eene strijdige beteekenis hebben. Zulk eene figuur geeft dikwijls helderheid aan het betoog en heeft wel eens door hare schijnbare ongerijmdheid eene boeijende kracht, Derglijke tegenstellingen gebruikt men, wannee...

Lees verder