Synoniemen van Angelsaksisch

2019-12-05

Angelsaksisch

Angelsaksisch - Zelfstandignaamwoord 1. (taal) het Engels zoals het tussen 400 en 1100 werd gesproken en dat de voorloper van het moderne Engels is Het Angelsaksisch werd een lange tijd gesproken. Woordherkomst afgeleid van Angelsaks met het achtervoegsel -isch Synoniemen Oudengels

2019-12-05

Angelsaksisch

Angelsaksisch - of oud-Engelsch heet de taal van de Angelsaksen tot ca. 1100 (daarna middel-Engelsch). Het A. omvat: het Northumbersch (N. van Engeland en Z.Schotland), het Mercisch (centraal Engeland), Kentisch (Kent) en West-Saksisch (ten Z. van de Theems en ten W. van Kent), tezamen nochtans één taal. De oudste glossen dagteekenen van ca. 700, vervolgens zijn teksten uit de 8e eeuw en later bekend, die een tamelijk rijke letterkunde uitmaken. Als West-Germaansche taal is het A. nauw verwant...

2019-12-05

Angelsaksisch

Angelsaksisch - Verwijst naar de periode en stijl die wordt geassocieerd met de verovering van het grootste deel van de Britse eilanden door Germaanse Saksen en Angelen uit Sleeswijk en het Oostzeegebied, vanaf de opeenvolgende invasies in de 5de en 6de eeuw n. Chr. tot na hun bekering tot het christendom. De stijl kenmerkt zich door de vermenging van de cultuur van de immigranten met de bestaande Keltische tradities en is later nog vermengd met klassieke invloeden van het Europese vasteland. De...