Amsterdams
I. bn., van of uit Amsterdam : het Amsterdamse gemeentebestuur; de Amsterdamse berichten waren gunstig; — Amsterdams peil, zie Peil; II. zn. o., dialect en tongval van Amsterdam: hij spreekt Amsterdams.
Benieuwd hoe Ensie en Prisma digitale woordenboeken jouw lessen kunnen versterken?
Van Dale Uitgevers (1950)
I. bn., van of uit Amsterdam : het Amsterdamse gemeentebestuur; de Amsterdamse berichten waren gunstig; — Amsterdams peil, zie Peil; II. zn. o., dialect en tongval van Amsterdam: hij spreekt Amsterdams.
Wiktionary (2019)
Amsterdams - Eigennaam genitief onzijdig enkelvoud van Amsterdam Amsterdams - Bijvoeglijk naamwoord 1. (demoniem) van, uit, betreffende of als in Amsterdam ♢ Toeristen kopen vaak veel Amsterdamse souvenirs. Amsterdams - Bijvoeglijk naamwoord 1. paritief v...
Jozef Verschueren (1930)
(amstər'dams) 1. bn. (als) van, eigen aan, in, uit, betreffende Amsterdam. 2. o. Amsterdams dialekt. Amsterdamse ('damsə) v (-n).
Log hier in om direct te kunnen beginnen met schrijven.
Wil je dit begrip toevoegen aan je favorieten? Word dan snel vriend van Ensie en geniet van alle voordelen: