Wat is de betekenis van Amsterdams?

2025-12-13
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Amsterdams

I. bn., van of uit Amsterdam : het Amsterdamse gemeentebestuur; de Amsterdamse berichten waren gunstig; — Amsterdams peil, zie Peil; II. zn. o., dialect en tongval van Amsterdam: hij spreekt Amsterdams.

2025-12-13
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

Amsterdams

Amsterdams - Eigennaam genitief onzijdig enkelvoud van Amsterdam Amsterdams - Bijvoeglijk naamwoord 1. (demoniem) van, uit, betreffende of als in Amsterdam Toeristen kopen vaak veel Amsterdamse souvenirs. Amsterdams - Bijvoeglijk naamwoord 1. paritief v...

2025-12-13
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

Amsterdams

(amstər'dams) 1. bn. (als) van, eigen aan, in, uit, betreffende Amsterdam. 2. o. Amsterdams dialekt. Amsterdamse ('damsə) v (-n).

2025-12-13
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2025)