2019-11-22

ambteloos

Het begrip ambteloos heeft 3 verschillende betekenissen: 1) doorgebracht zonder een ambt te bekleden 2) zonder ambt in de kerk; zonder een religieus ambt te bekleden 3) zonder ambt; zonder een ambt te bekleden

2019-11-22

ambteloos

ambteloos - Bijvoeglijk naamwoord 1. zonder ambt Na zijn pensionering is de burgemeester een ambteloos burger geworden. Woordherkomst afgeleidg van ambt met het invoegsel -e- met het achtervoegsel -loos

2019-11-22

AMBTELOOS

bn. geen ambt bekleedend, zonder ambt: een ambteloos burger; ook: een ambteloos leven; hij leeft ambteloos.