Wat is de betekenis van Alibi?

2022
2022-10-03
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

alibi

(1991) (Wageningen, stud.) laatste biertje voor het naar huis gaan. • (Albert Gillissen & Paul Olden: Het eerste Nederlandse Studentenwoorden-boek. 1991)

Lees verder
2019
2022-10-03
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

alibi

alibi - Zelfstandignaamwoord 1. (juridisch) het kunnen aantonen dat men elders was tijdens het zich voltrekken van een misdaad, waardoor men uitgesloten kan worden van beschuldiging Aan zijn alibi kan niet getornd worden. Woordherkomst uit het Latijn

Lees verder
2018
2022-10-03
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

alibi

alibi - zelfstandig naamwoord uitspraak: a-li-bi 1. bewijs dat je tijdens de misdaad ergens anders was ♢ Piet kan het niet gedaan hebben, want hij heeft een alibi 1. een waterdicht alibi hebben [er...

Lees verder
1994
2022-10-03
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Alibi

[Lat., lett.: op een andere plaats, elders, van alius = ander] het ergens anders zijn (geweest); een alibi hebben, zijn alibi bewijzen, aantonen dat men elders was ten tijde van het misdrijf waarvan men verdacht wordt; (fig.) zich een alibi verschaffen, een schijnreden aanwenden op grond van een bestaand iets om z...

Lees verder
1993
2022-10-03
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Alibi

voorwendsel; het bewijs van elders aanwezig zijn

1955
2022-10-03
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Alibi

elders; zijn alibi bewijzen: voor de rechter waarmaken, dat men op een bepaald tijdstip op een bepaalde plaats niet kon zijn.

Lees verder
1951
2022-10-03
Woordenboek Engels (EN-NL) 1951

Dr. F.P.H. van Wely

Alibi

alibi; verontschuldiging, excuus.

1951
2022-10-03
Duits woordenboek (DU-NL) 1951

Dr. H. W. J. Kroes

Alibi

alibi.

1950
2022-10-03
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Alibi

(Lat.), o. (-’s), het aanwezig-zijn elders: (recht.). zijn alibi bewijzen, bewijzen. dat men zich tijdens het plegen der misdaad elders bevonden heeft en dus onschuldig is.

1949
2022-10-03
Woordenboek Latijn

Geschreven door Dr. J.F.L. Montijn

Ālĭbī

(ĭ), adv. ergens anders, elders, overigens nog, alibi . . . alibi, hier . . . daar, alibi alius, de een hier, de ander daar. | overdr., in andere dingen, in iets anders; bij iemand anders; anders.

1949
2022-10-03
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Alibi

(Lat.: elders), bewijs, dat verdachte van een strafbaar feit op tijdstip, waarop dit werd gepleegd, op een andere plaats dan die des misdrijfs was en derhalve onschuldig moet zijn.

1939
2022-10-03
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Alibi

Bewijs dat je op zeker uur was, waar je niet geweest bent.

1937
2022-10-03
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

alibi

o. alibis (Lat. [het aanwezig-zijn] elders): zijn alibi bewijzen, in rechten aantonen, dat men elders vertoefde tijdens het gebeuren van zeker misdrijf, en dus onschuldig is.

1933
2022-10-03
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Alibi

in de rechtspraak, het bewijs van het niet aanwezig zijn op een bepaalde plaats op een bepaalden tijd.

1930
2022-10-03
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

alibi

(a:libi) o. (-s) [Lat. elders] het ergens anders zijn : Recht, zijn bewijzen, bewijzen dat men elders was op het ogenblik van een gepleegde misdaad en dus onschuldig is.

1928
2022-10-03
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Alibi

betekent elders. Een verdachte in een strafzaak moet worden vrijgesproken, wanneer hij zijn alibi kan bewijzen; wanneer hij n.l. bewijzen kan, dat hij op het ogenblik van de misdaad ergens anders dan op de plaats der misdaad was en dus niet aan die misdaad heeft kunnen deelnemen.

1922
2022-10-03
Wetenswaardig Allerlei

Wetenswaardig Allerlei door T. Pluim, uitgave 1922

Alibi

In de rechtspleging spreekt men van „zijn alibi bewijzen" (Lat ~ ergens anders; klemtoon op li). Dit betekent, dat de aangeklaagde het bewijs levert, dat hij op het oogenblik, waarop de misdaad (bijv. een moord) plaats had, ergens anders was, zodat daardoor zijn onschuld dag helder blijkt.

Lees verder
1916
2022-10-03
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Alibi

Alibi - (Lat.), bet. elders. In strafzaken moet de beklaagde worden vrijgesproken, die zijn alibi kan bewijzen, d. w. z. die kan aantoonen, dat hij tijdens het plegen der misdaad zich elders heeft bevonden, derhalve aan de misdaad niet heeft kunnen deelnemen.

1914
2022-10-03
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

alibi

alibi - elders; „zijn alibi bewijzen” : voor den rechter waarmaken, dat men op een bepaald tijdstip op een bepaalde plaats niet kon wezen.

1908
2022-10-03
Vivat

Schrijver op Ensie

Alibi

(lat.) Elders, ergens anders.