Wat is de betekenis van algemeen?

2024-02-25
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

algemeen

Het begrip algemeen heeft 6 verschillende betekenissen: 1) van, bij of voor alle mensen. van, bij of voor alle mensen, hetzij alle mensen zonder uitzondering, hetzij alle of de meeste personen binnen een bepaalde groep. 2) wijdverspreid. overal en/of veel voorkomend; wijdverspreid; wijdverbreid. 3) voor alle gevallen geldig....

2024-02-25
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

algemeen

algemeen - Bijvoeglijk naamwoord 1. iedereen betreffend, van iedereen Wij hebben al jaren een algemeen kiesrecht. Het is algemeen bekend dat hij een nietsnut is. 2. geldig voor alle gevallen Hij is een algemene...

2024-02-25
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

algemeen

algemeen - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: al-ge-meen 1. voor of van iedereen ♢ deze wasmachine is voor algemeen gebruik 1. het voorstel is met algemene stemmen aangenomen [niemand was ertegen]...

2024-02-25
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

algemeen

zie bestuurder, voeding.

Wil je toegang tot alle 14 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-25
Een woordenboek van de filosofie

Begrippen, stromingen, denkers (2017)

Algemeen

Ziezinnen, proposities,uitspraken.

2024-02-25
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

algemeen

met ‘n breë strekking; geldig vir almal; in breë trekke; universeel; oor (in) die algemeen, in die reël.

2024-02-25
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Algemeen

1. s.n.; in 't —, yn, oer ’t (al)gemien, yn, oer ’t generael, yn, oer 't miene. 2. adj. & adv., (al)gemien, mien.

2024-02-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Algemeen

1. bn. en bw., 1. alle personen (in volstrekte of betrekkelijke opvatting) betreffende, aan allen gemeen, waaraan allen deel hebben: een algemene vergiffenis ; het algemeen belang ; het algemeen welzijn; — een algemene opstand, een opstand der gehele bevolking; — algemeen kies- of stemrecht, het...

2024-02-25
Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Algemeen

of universeel is in de Logica een kenmerk, dat aan een gehele groep van voorwerpen, niet collectief, maar één voor één genomen, toekomt. Aan het algemeen soortbegrip „kat” beantwoorden bijv. de vele bijzondere katten, aan het begrip roofdier vele soorten bijv. katachtigen, wolfachtigen enz. In de wetenschap s...

2024-02-25
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

algemeen

I. bn., bw.; algemener, algemeenst (1 alle personen betreffende; aan allen gemeen; 2 voor alle gevallen geldig, zonder uitzondering; 3 niet in bijzonderheden afdalende; 4 vaag, onbepaald): 1. het algemene welzijn; een algemeen gebrek; de algemene mening; Z.-N. algemeen bestuur v. h. land; algemene rekening v. d. Staat; 2. een algemene wet, regel;...

2024-02-25
Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Algemeen

is een begrip, dat eenzinnig of naar gelijken begripsinhoud van meerdere subjecten kan gezegd worden, zonder beperking van getal. Alle in engeren zin abstracte begrippen zijn a.

2024-02-25
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

algemeen

(algә'me:n) [al, versterking] I. bn. (...mener, -st) 1. van allen, allen betreffende: het ...mene lot der mensen. → dienstplicht, geschiedenis, stemrecht. 2. voor allen en alle gevallen geldend: een ...mene regel, wet; voorzitter; de ...mene voorzitter. 3. het geheel der zaak betreffende zonder in biezonderheden af te dalen: ...mene bes...

2024-02-25
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Algemeen

Het begrip algemeen heeft 3 verschillende betekenissen: 1. algemeen - Algemeen bn. alle personen betreffende, aan allen gemeen, waaraan allen deel hebben; eene algemeene vergiffenis; het algemeen belang; het algemeene welzijn; — een algemeene opstand, een opstand der geheele bevolking; — algemeen stemrecht, het recht van alle staatsbu...

2024-02-25
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Algemeen

Algemeen, bn. (-er, -st), in of over het -. *-HEID, v. gmv. alledaagschheid. *-MAKING, v.