Afzwaaien
(zwaaide af, heeft en is afgezwaaid), 1.met een zwaai afscheiden, afrukken, afbreken, hetzij door het voorwerp zelf in de rondte te zwaaien en daardoor af te rukken, hetzij door er met een slingerende draai tegenaan te komen, zodat het afbreekt: hij heeft de knop van de stok afgezwaaid ; iem. de hoed van het hoofd af zwaaien ; 2. (ge...