Wat is de betekenis van afwezigheid?

2023-12-06
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

afwezigheid

afwezigheid - Zelfstandignaamwoord 1. het afwezig zijn op een bepaald tijdstip en plaats Woordherkomst Afgeleid van afwezig met het achtervoegsel -heid Antoniemen aanwezigheid

2023-12-06
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

afwezigheid

afwezigheid - zelfstandig naamwoord uitspraak: af-we-zig-heid 1. het niet aanwezig zijn ♢ bij afwezigheid van de premier geeft de vice-premier een persconferentie 1. schitteren door afwezigheid [op...


Direct alle 15 resultaten bekijken?

Word vriend van Ensie!

2023-12-06
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Afwezigheid

s., ôfwêzen (it), ôfwêzigens, ôfwêzichheit; tijdens zijn —, yn, by syn fuortwêzen.

2023-12-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Afwezigheid

v., 1. het niet aanwezig zijn; — gedurende, sedert iemands afwezigheid; na een lange (korte, kleine) afwezigheid ; na een afwezigheid van 3 maanden ; — in of bij ienmands afwezigheid, gedurende de tijd dat hij zich elders bevindt (of bevond), of wel, in de omstandigheid of in het geval dat hij niet teg...

2023-12-06
De Kleine Winkler Prins

Winkler Prins (1949)

Afwezigheid

(1), volg. Ned. Burg. recht (519-544 B.W.) kan rechtb. bewindvoerder benoemen over goederen van „afwezige”, die geen voldoende orde op zaken heeft gesteld. Is gedurende 10, 5 of 1 j. (afhankelijk van omst.) niets van afwezige vernomen, dan kan rechtbank verklaring van vermoedelijk overlijden afgeven. De erfgenamen mogen goederen in bezi...

2023-12-06
Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Afwezigheid

Afwezig is hij die zich niet te zijner woonplaats bevindt. Op zichzelf genomen zijn aan afwezigheid geen rechtsgevolgen verbonden. Dit wordt evenwel anders als de afwezigheid gepaard gaat met bepaalde omstandigheden. Naar gelang dezer omstandigheden dan kan, in NEDERLAND, de afwezigheid drie mogelijke rechtsgevolgen hebben (artt. 519-544 B.W.).1. I...

2023-12-06
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

afwezigheid

v. (de toestand van afwezig-zijn); zie schitteren 2.

2023-12-06
Encyclopedie voor het Maatschappelijk leven

P.J. Mols (1934)

Afwezigheid

Iemand is in den zin der wet afwezig, indien hij zijn woonplaats heeft verlaten en men niet weet, waar hij zich bevindt. Indien hij een algemeene volmacht heeft achtergelaten, is er natuurlijk geen reden om in te grijpen. Anders staat de zaak, indien de afwezige is vertrokken zonder orde op zijn zaken te hebben gesteld.Bewindvoerder. Indien zijn ve...

2023-12-06
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

afwezigheid

v 1. het afwezig (1) zijn : bij nazenden a. u. b.; schitteren door zijn -. Syn. ➝ afwezen. 2. [afwezig 2] verstrooidheid : van gedachten.

2023-12-06
Oosthoek encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Afwezigheid

Afwezigheid - (rechtsk.), 1) in het burgerl. recht. Indien iemand afwezig is, kan het gewenscht zijn, dat voor zijne belangen wordt gewaakt, indien hij zelf daarin niet heeft voorzien. Ook kan zeer lange a., zonder dat berichten inkomen, twijfel doen rijzen, of iemand nog wel in leven is. Er ontstaat dan een toestand van onzekerheid, ongewenscht vo...

2023-12-06
Handelslexicon

J. Hagers (1910)

Afwezigheid

Afwezigheid - bestaat, wanneer iemand zijn woonplaats verlaten heeft, zonder volmacht tot het waarnemen zijner zaken en belangen, of orde op het beheer van deze gesteld te hebben. B. W. art. 519 en volgg.

2023-12-06
Vivat's Geïllustreerde Encyclopedie

J. Kramer (1908)

Afwezigheid

(Lat.: absentia, Fransch: absence, Duitsch: Abwesenheit; Eng.: absence) in rechten het niet verschijnen op eene dagvaarding. Indien de beklaagde in correctioneele zaken, of de gedaagde ter zake van politieovertredingen, in gebreke blijft op de aan hem gedane dagvaarding ter terechtzitting te verschijnen, of zich, in de gevallen door de wet voorzien...

2023-12-06
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

AFWEZIGHEID

Afwezigheid v. de toestand van niet aanwezig te zijn; de staat van iemand die zich niet in zijn gewone verblijf ophoudt, zich buiten zijne woonplaats bevindt, of voor korter of langer tijd van zijn gezelschap verwijderd blijft; het van huis of elders zijn hoe hebt gij u vermaakt gedurende die zes weken lange afwezigheid ?; troost u toch over hare a...

2023-12-06
Winkler Prins

Anthony Winkler Prins (1870)

Afwezigheid

Wanneer iemand zich niet bevindt ter plaatse waar hij woont of in zijn dagelijksch bedrijf werkzaam is, dan verkeert hij in den toestand van afwezigheid. In regten noemt men iemand afwezig, die, voor de regtbank geroepen, in gebreke blijft, aldaar te verschijnen. In sommige gevallen van afwezigheid kan de betrokken persoon zich laten vertegenwoordi...

2023-12-06
Woordenboek voor vrijmetselaren

W. de Grebber (1844)

Afwezigheid

AFWEZIGHEID. Een Br, gedurende de werkzaamheden, de Loge willende verlaten, geeft daartoe een teeken aan den Br Opziener zijner kolom, die hem daarop de poorten des Tempels doet ontsluiten. Dit heet de Loge dekken.