Afwezigheid
v., 1. het niet aanwezig zijn; — gedurende, sedert iemands afwezigheid; na een lange (korte, kleine) afwezigheid ; na een afwezigheid van 3 maanden ; — in of bij ienmands afwezigheid, gedurende de tijd dat hij zich elders bevindt (of bevond), of wel, in de omstandigheid of in het geval dat hij niet teg...