Afweer
m., 1. het afweren van dreigende slagen, -aanvallen, gevaren, rampen enz., de afwering of verwering ; 2. (veroud., gew.) iets dat dient om iets dreigends of onaangenaams af te weren, middel tot .afwering; 3. verkorting van afweergeschut; ook het schieten daarmee: de afweer was zeer krachtig.