Afwassen
(wies (waste) af, heeft en is afgewassen). 1.door wassen vlekken, vuiligheid, bloed, zweet enz. verwijderen : het vuil van zijn handen afwassen ; 2. door wassen reinigen: de kopjes, het theegoed, de borden afwassen ; de handen, het gezicht afwassen ; de meid heeft alle kinderen afgewassen; de dokter waste de gewonde hei bebloede gela...