Wat is de betekenis van afvallen?

2019
2021-12-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

afvallen

afvallen - Werkwoord 1. ergatief gewicht verliezen De dikke man wilde in korte tijd veel afvallen. 2. ergatief de koers van een schip in de richting van de lijzijde wijzigen We gingen veel te scherp aan de wind, dus gaf de schipper bevel tot afvallen....

Lees verder
2018
2021-12-08
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

afvallen

afvallen - onregelmatig werkwoord uitspraak: af-val-len 1. gewicht verliezen ♢ zij is al tien kilo afgevallen 2. hem niet meer steunen ♢ ik had steun van je verwacht, maar je bent me afgevallen...

Lees verder
1974
2021-12-08
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

afvallen

van bladeren en vruchten, ➝abscissie.

1971
2021-12-08
Watersport A-Z

Watersport A-Z, Kramer (1971)

Afvallen

Afvallen - de koers zodanig wijzigen dat de wind ruimer invalt, met de boeg naar lij draaien. Dit kan men versnellen door opvieren van de grootschool en/of bak halen van de fok.

1954
2021-12-08
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Afvallen

van een boomstam is de afname van de diameter van de voet naar de top. De afname per strekkende meter noemt men het verlooft van de stam. Dit verloop is bij verschillende stammen niet gelijk. Is het verloop bij de stamvoet gering om verder naar de top eerst belangrijk loc te nemen, dan spreekt men van een volhoulige stam (paraboloide-vorm); is het...

Lees verder
1952
2021-12-08
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Afvallen

v., ôffalle; (van zeilend schip) saeije, skaeije; te veel — (van zeilend schip), ôfsaeije, tofolle wei jaen; van voren te veel -d (van schip), weak op ’e kop; laten — (van schip), delhâlde; (van vruchten), drippe; het — van vruchten, de drip; afgevallen vr...

Lees verder
1950
2021-12-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Afvallen

(viel af, is afgevallen), 1. van iets naar beneden vallen : het boek viel van zijn knieën af ; — zonder bep.: zijn hoed viel af; — (fig.) de schellen vielen hem van de ogen af, hij kwam tot beter inzicht of zag dat hij misleid wras; — de ketenen vielen af, het volk werd vrij ; het masker viel af, z...

Lees verder
1937
2021-12-08
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

afvallen

viel af, i. afgevallen (1 naar beneden vallen; 2 ontrouw worden; 3 lichamelijk achteruitgaan); 1. van een bank, trap afvallen; fig. die steen is hem van het hart afgevallen, wat hem drukte, is weg; er zijn twee deelnemers afgevallen, doen niet mee; 2. iem. (of: van iem.) afvallen; 3. hij is de laatste tijd erg afgevallen; nog: gordijnen in brede...

Lees verder
1898
2021-12-08
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

AFVALLEN

Afvallen (viel af, is afgevallen), naar beneden vallen: het boek viel van zijne knieën af; — zich van het lichaam of een lichaamsdeel verwijderen door neder te vallen: (dicht.) het dun gewaad valt af, de schaamte alleen is kleed; (fig.) de kroon, met zooveel glans gevoerd, viel af, ging plotseling voor hem verloren; — (fig.) de sc...

Lees verder
1898
2021-12-08
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Afvallen

zie Vallen.