Wat is de betekenis van aftroeven?

2019
2022-10-06
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aftroeven

aftroeven - Werkwoord 1. (ov) (kaartspel) door een troef te spelen zich een slag toe-eigenen Hij opende door een schoppenaas te spelen maar dat werd al meteen afgetroefd. 2. iets beter doen dan iemand anders De tienkamper overtroefde zijn tegenstanders op...

Lees verder
2015
2022-10-06
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

aftroeven

afranselen De klap op de vuurpijl komt dan, als Arlette en Marina samen een brave echtgenoot zo over zijn toeren heen helpen, dat hij het aanvaardt ze zijn trouwe echtgenote te laten aftroeven. (Louis Paul Boon, Op een mooie avond) Belgisch-Nederlandse Standaardtaal Gangbaarheid: 4 Vlaamsheid: 1

Lees verder
2004
2022-10-06
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema

aftroeven

(troefde af, afgetroefd) in België ook: fysiek afranselen. De buren vreesden dat Hughes zijn vrouw wou aftroeven en belden de politie. - DS, 13-11-2001.

Lees verder
1998
2022-10-06
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

aftroeven

Bij niet-bekennen een troef bijspelen met als resultaat dat daarmee de slag gewonnen wordt. Zie ook: introeven; troeven

Lees verder
1952
2022-10-06
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Aftroeven

v., ôftroevje.

1950
2022-10-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Aftroeven

(troefde af, heeft afgetroefd), 1. een kaart aftroeven, een kaart die door een ander is uitgespeeld, met een troefkaart afslaan; — iem. een kaart af troeven, door het uitspelen ener (hogere) troefkaart hem die slag of trek doen verliezen; — een slag of een trek aftroeven, door het uitspelen van een troefkaart...

Lees verder
1937
2022-10-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

aftroeven

troefde af, h. afgetroefd (in het kaartspel een slag met een troefkaart afnemen): fig. iemand aftroeven, a) met woorden: hem op zijn plaats zetten, door een raak antwoord, b) met daden: afranselen.

1930
2022-10-06
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

aftroeven

('af) (troefde af, heeft afgetroefd) 1. met een troefkaart afnemen : iemand een kaart -. 2. op zijn plaats zetten, terechtwijzen : iemand -. 3. afranselen : een lomperd -.

Lees verder
1898
2022-10-06
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

AFTROEVEN

Aftroeven (troefde af, heeft afgetroefd), eene kaart aftroeven, eene kaart die door een ander is uitgespeeld, met eene troefkaart afslaan; — iem. eene kaart aftroeven, door het uitspelen eener (hoogere) troefkaart hem dien slag of trek doen verliezen; — een slag of een trek aftroeven door het uitspelen van eene troefkaart dien van een...

Lees verder