Wat is de betekenis van AFSTAMMELING?

2019
2022-01-24
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

afstammeling

afstammeling - Zelfstandignaamwoord 1. bloedverwant in neerdalende lijn Woordherkomst Naamwoord van handeling van afstammen met het achtervoegsel -ling met het invoegsel -e- Synoniemen nazaat, nakomeling, descendent, telg

Lees verder
2018
2022-01-24
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

afstammeling

afstammeling - zelfstandig naamwoord uitspraak: af-stam-me-ling 1. iemand die een bepaalde ander als voorouder heeft ♢ hij is een afstammeling van de Oranjes Zelfstandig naamwoord: af-stam-me-ling de afstammeling...

Lees verder
1950
2022-01-24
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Afstammeling

m. en v. (-en), AFSTAMMELINGE, v. (-n), persoon gedacht in de betrekking tot degeen of degenen van wie hij of zij afstamt; nakomeling ; scherts, van woorden, gebruiken, voorwerpen enz. in betrekking tot datgene waaruit zij voortgesproten of waarvan zij afgeleid zijn; drank is een afstammeling van drinken; een stamwoord met zijn afstam...

Lees verder
1937
2022-01-24
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

afstammeling

m. en v. afstammelingen (nakomeling, bloedverwant in nederdalende lijn); vr. ook afstammelinge: afstammeling in de zijlinie.

1898
2022-01-24
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

AFSTAMMELING

en ,v (-en). AFSTAMMELINGE, v. (-n), gezegd van al de personen die van een zelfden persoon afstammen; de kinderen en kindskinderen, zoowel als de verdere bloedverwanten in de nederdalende lijn tot in den verwijderdten graad; nakomeling; — (scherts.) woorden, gebruiken, voorwerpen enz. in betrekking tot datgene waaruit zij voortgesproten of wa...

Lees verder
1898
2022-01-24
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Afstammeling

zie Afkomeling.