Wat is de betekenis van Afschuwelijkheid?

1950
2021-05-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Afschuwelijkheid

v. (...heden), 1. de hoedanigheid van afschuwelijk; 2. iets dat afschuwelijk is, dat afschuw verwekt, t.w. een voorwerp, een handeling, een gebeurtenis, een toestand enz.; iets zeer verschrikkelijks of verfoeilijks.

Lees verder
1898
2021-05-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Afschuwelijkheid

AFSCHUWELIJKHEID, ook AFSCHUWLIJKHEID, (voorheen ook AFSCHOUWELIJKHEID, AFSCHOUWLIJKHEID), v. (...heden), de hoedanigheid van afschuwelijk; iets dat afschuwelijk is, dat afschuw verwekt, t. w. een voorwerp, eene handeling, eene gebeurtenis, een toestand enz.; iets zeer verschrikkelijks of verfoeilijks.