Wat is de betekenis van afschuwelijk?

2020
2021-05-08
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

afschuwelijk

afschuw opwekkend. afschuw opwekkend; hevige afkeer of angst inboezemend; in hoge mate verschrikkelijk. Voorbeelden: 'Verschrikkelijk, om zo'n man te hebben,' zei ze half huilend. 'Afschuwelijk! Wie had dat ooit gedacht, dat ik zo'n man zou hebben! Een groot wetenschapsman! Zo'n man wil ik niet!' Hi...

Lees verder
2019
2021-05-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

afschuwelijk

afschuwelijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. wat hevige afkeer opwekt Marteling is een afschuwelijke zaak. Woordherkomst Afgeleid van afschuw met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e- Synoniemen verschrikkelijk

Lees verder
2018
2021-05-08
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

afschuwelijk

afschuwelijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: af-schu-we-lijk 1. heel erg ♢ het is afschuwelijk koud buiten 2. heel erg akelig, vies of lelijk ♢ deze wijn smaakt afschuwelijk Bijvoe...

Lees verder
1952
2021-05-08
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Afschuwelijk

adj. & adv., ôfgryslik, skoulik, heislik; het is —, it is in griis.

1950
2021-05-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Afschuwelijk

AFSCHUWLIJK, bn. en bw. (-er, -st), 1. afschuw verwekkende, hevige afkeer of afschrik inboezemende ; in de ruimste toepassing van allerlei stoffelijke en onstoffelijke dingen gezegd; 2. (fig. bij schertsende overdrijving) ontzettend slecht of lelijk, verfoeilijk om te zien, te horen enz., zó terugstotend dat men er als ’t ware een afs...

Lees verder
1898
2021-05-08
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Afschuwelijk

AFSCHUWELIJK, AFSCHUWLIJK, (voorheen ook AFSCHOUWELIJK, AFSCHOUWLIJK), bn. en bw. (-er, -st), afschuw verwekkende, hevigen afkeer of afschrik inboezemende in de ruimste toepassing van allerlei stoffelijke en onstoffelijke dingen gezegd; — (fig. bij schertsende overdrijving) uitermate slecht of leelijk, verfoeilijk om te zien, te hooren enz.,...

Lees verder
1898
2021-05-08
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Afschuwelijk

zie Afgrijselijk.