Wat is de betekenis van Aflossing?

2019
2022-12-04
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aflossing

aflossing - Zelfstandignaamwoord 1. het aflossen Ik zou hem om 8 uur een aflossing geven, zodat hij naar huis kon. 2. een bedrag waarmee een schuld wordt afgelost in termijnen Wij doen aan aflossing in termijnen. Woordherkomst Naamwoord...

Lees verder
2018
2022-12-04
Willem G. Keeris

Willem G. Keeris (1942) is emeritus hoogleraar Vastgoedmanagement en tevens visiting professor bij de groep Real Estate & Housing van de faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft.

Aflossing

Aflossing is de gebruikelijke administratieve benaming voor de financiële handeling met betrekking tot terugbetaling ineens, dan wel − afhankelijk van de context − de afbetaling via periodieke termijnbetalingen, in verband met de inlossing van een uitstaande financiële schuld.

2018
2022-12-04
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

aflossing

aflossing - zelfstandig naamwoord uitspraak: af-los-sing 1. het vervangen van iemand ♢ de aflossing van de voorzitter was een feit 2. het (terug)betalen van een schuld ♢ de aflossing bij deze hy...

Lees verder
2017
2022-12-04
Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid

Begrippen omtrent crisisbeheersing

Aflossing

Aflossing is de vervanging van een functionaris/eenheid door een andere functionaris/eenheid, die in principe dezelfde taak ter plaatse overneemt.

2016
2022-12-04
Findio

Findio is dé manier om online geld te lenen.

Aflossing

Aflossing is het terugbetalen van een lening of een schuld. Wanneer men een lening aangaat, dient men veelal een bepaald bedrag per tijdsperiode, bijvoorbeeld per maand, terug te betalen aan de kredietverstrekker of schuldeiser. Deze periodieke overdracht wordt aflossing genoemd. In de praktijk worden leningen en schulden vrijwel nooit in één keer...

Lees verder
2010
2022-12-04
Wielerwoordenboek

Geschreven door Fons Leroy en Wim van Rooy

aflossing

aflossing: het aflossen, de kop afgeven of de kop nemen.

2004
2022-12-04
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema

aflossing

(de, -en), aflossingskoers (de, -en), aflossingswedstrijd (de, -en) wedstrijd waarbij renners of atleten elkaar aflossen, bijvoorbeeld koppelwedstrijd en estafetteloop. De stad Halle rondde zaterdag de zeventiende deelneming aan de Vlaamse zwemweek af met een ludieke aflossingswedstrijd in het instructiebad in Lembeek waarbij een ploeg schepenen e...

Lees verder
2003
2022-12-04
Financieel Woordenboek

Door Frits Conijn & R.M. van Poll (2003)

aflossing

aflossing - Terugbetaling van (een deel van) een lening of obligatie, zoals is overeengekomen tussen lener en uitlener.

1981
2022-12-04
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Aflossing

1. Het wisselen van de schildwachten gaat in vele gevallen met ceremonieel en bepaalde handelingen gepaard. 2. Het betalen van een schuld. afmonstering, beëindiging van het dienstverband van zeelieden met de rederij of de gezagvoerder van hun schip. De verdiende gage wordt daarbij uitbetaald.

Lees verder
1952
2022-12-04
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Aflossing

s., ôflossing.

1950
2022-12-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Aflossing

v. (-en), 1. het aflossen: de aflossing der hoofdwacht, der dag- en nachtploegen geschiedt op bepaalde uren; 2. aflossing van beleende panden, het inlossen; van een hypotheek, van een schuld, het voldoen ; de aflossing der lening geschiedt in tien termijnen, het terugbetalen der geleende gelden; 3. de som die ter aflos...

Lees verder
1949
2022-12-04
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Aflossing

terugbetaling van een geleende som gelds. De wijze van A. wordt geregeld in de overeenkomst van geldlening. Zij kan geschieden ineens op tevoren bepaald tijdstip, of in termijnen. Doorgaans bedingt de schuldenaar het recht tot A. vóór het vastgestelde tijdstip, wat bij daling van de rentestand voordelig voor hem is.

Lees verder
1947
2022-12-04
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

Aflossing

is een wijze van schulddelging en bestaat uit de terugbetaling van een geleende som gelds aan den schuldeiser. De wijze is geregeld in de overeenkomst van geldlening. Men kent de aflossing van de gehele lening ineens op een te voren bepaald tijdstip. Daarbij kan aan den schuldenaar het recht zijn toegekend om vroeger af te lossen, hetzij geheel, he...

Lees verder
1940
2022-12-04
Economische encyclopedie 1940

Economische encyclopedie (1940), samengesteld door D.C. van der Poel. Gepubliceerd door Uitgeversmaatschappij W. de Haan N.V. Utrecht.

Aflossing

zie: Leening.

1937
2022-12-04
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

aflossing

v. -en; 1. het aflossen: de aflossing v. e. schildwacht; aflossing van hypotheken, schulden; 2. de wacht, die aflost: de aflossing laat op zich wachten; 3. de som, die ter aflossing dient: de aflossing bedroeg 1000 gld.

Lees verder
1930
2022-12-04
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

aflossing

('af) v. (–en) I. 1. Eig. het aflossen (1). 2. Metn. geheel der personen die aflossen. II. 1. Eig. het aflossen (2). 2. Metn. som die ter aflossing dient.

Lees verder
1916
2022-12-04
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Aflossing

Aflossing - 1) afbetaling van schuld, in het bijzonder van leenschuld. — De schuldeischer behoeft in het algemeen met aflossing eener schuld bij gedeelten geen genoegen te nemen (art. 1426 B.W.) (zie AFBETALEN). — Is een bepaalde tijd vastgesteld, dan zegt art. 1306 B.W., dat de tijdsbepaling altijd wordt verondersteld te zijn ten voordeele van den...

Lees verder
1910
2022-12-04
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Aflossing

Aflossing - terugbetaling van een geleende geldsom, volgens de voorwaarden, bij het sluiten der leening-overeenkomst vastgesteld.

1898
2022-12-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Aflossing

AFLOSSING, v. (-en), het aflossen: de aflossing der hoofdwacht, der dag- en nachtploegen geschiedt op bepaalde uren; — de aflossing der beleende panden, van eene hypotheek, van eene schuld, het voldoen; — de aflossing der leening geschiedt in tien termijnen, het terugbetalen der geleende gelden; — honderd gulden te leen gevraagd...

Lees verder