Wat is de betekenis van Aflossen?

2019
2022-08-18
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aflossen

aflossen - Werkwoord 1. (ov) de plaats innemen van, in zijn taak vervangen Hij loste de bewaker af. 2. (ov) geheel of gedeeltelijk voldoen, terugbetalen Zij moest haar schuld nog aflossen. Woordherkomst samenstelling van af(bijw...

Lees verder
2018
2022-08-18
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

aflossen

aflossen - regelmatig werkwoord uitspraak: af-los-sen 1. het van iemand anders overnemen, zijn plaats innemen ♢ de dagploeg wordt afgelost door de nachtploeg 1. je schuld aflossen [die terugbetalen...

Lees verder
2017
2022-08-18
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Aflossen

Aflossen - een koppelgenoot vervangen in een koppelwedstrijd; op kop gaan rijden. Fr. relayer; Eng. to relieve.

2016
2022-08-18
Redactie Ensie

Hypotheek begrippen omschreven, met medewerking van Van Bruggen Adviesgroep.

Aflossen

Aflossen is het periodiek terugbetalen van een lening, zoals een hypotheek. Aflossen heeft zowel betrekking op het terugbetalen van de lening, als het betalen van rente als vergoeding voor de lening. Wanneer men een hypotheek of een andere vorm van een lening heeft afgesloten, moet deze naar verloop van tijd worden afgelost. Hoe lang men erover doe...

Lees verder
2010
2022-08-18
Wielerwoordenboek

Geschreven door Fons Leroy en Wim van Rooy

aflossen

aflossen: als een renner lang of intensief op kop gereden heeft, laat hij zich aflossen, met andere woorden, een andere coureur neemt de kop over om tegen de wind te beuken of zo aan kop te sleuren dat grote delen van het peloton naar adem moeten happen. Degene die aflost kan ook proberen met zijn ploeg de koers te blokkeren of lam te leggen. Bij h...

Lees verder
2009
2022-08-18
Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

aflossen

Een koppelgenoot vervangen in een koppelwedstrijd; op kop gaan rijden. Vgl. Frans: relayer; Engels: to relieve. De koppelkoers is een ingewikkelde en gevaarlijke discipline waarbij de rensters elkaar met de hand moeten aflossen. Omdat de regels niet vanzelfsprekend zijn, wordt rekening gehouden met veel valpartijen, (de Volkskrant, 03/01/2008)

Lees verder
2009
2022-08-18
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

aflossen

(ov ww; loste af; h. afgelost) 1 - kopwerk overnemen 2 - een koppelgenoot vervangen tijdens een koppelkoers.

Lees verder
1952
2022-08-18
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Aflossen

v., ôflosse; iem. — (bij het werk), immen forpoazje, foar immen ynspringe; een hypotheek moeten —, opbringe moatte.

1950
2022-08-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Aflossen

(loste af, heeft afgelost), 1. in zijn taak of werkzaamheid vervangen of door anderen doen vervangen : de wacht aflossen; een schildwacht aflossen ; — is onze taak hier afgewerkt, dan lost God ons van d’arbeid af, dan bevrijdt hij ons van onze taak en stelt een ander in onze plaats ; — de dag- en nachtploeg...

Lees verder
1937
2022-08-18
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

aflossen

loste af, heeft afgelost; 1. vervangen: de wacht aflossen; elkaar aflossen; 2. afbetalen: een kapitaal aflossen; 3. Z.-N. lossen: een wagen aflossen.

Lees verder
1910
2022-08-18
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Aflossen

Aflossen - een geleend kapitaal, hetzij in termijnen, hetzij in eens, terugbetalen. Eene schuld, eene obligatie enz. worden afgelost, een pand wordt ingelost.

1898
2022-08-18
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Aflossen

AFLOSSEN, (loste af, heeft afgelost), (personen die de wacht houden; hetzij schildwachten in den krijgsdienst, hetzij andere wachters of wakers) van hun post afhalen en vervangen of door anderen doen vervangen : de wacht aflossen; een schildwacht aflossen; — personen ontheffen van, ontslaan uit hunne betrekking of van hun post door ze te verv...

Lees verder
1856
2022-08-18
Jacob van Lennep

Zeemans-woordenboek 1856

Aflossen

b.w. - Verpozen, ontslaan en de plaats of taak innemen van den ontslagene. De wacht aflossen.