Wat is de betekenis van aflijvig?

2026-10-14
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Aflijvig

bn., (nagenoeg veroud.) eigenlijk van het lijf af, d.i. uit...

2026-10-14
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

aflijvig

overleden. dood; overleden; gestorven....

2026-10-14
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

aflijvig

(17e eeuw) (euf.) dood; gestorven. Zie ook: aflijvige*....

2026-10-14
Typisch Vlaams woordenboek

Ludo Permentier en Rik Schutz (2015)

aflijvig

dood De koning der Belgen woont in Laken. Zijn aflijvige...

2026-10-14
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

aflijvig

Van pers.: uit het leven gescheiden, gestorven, overleden....

2026-10-14
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

aflijvig

(af'lij:vəch) bn. uit het leven gescheiden : – worden, zijn;...

2026-10-14
De vreemde woorden

Fokko Bos (1914)

aflijvig

aflijvig - dood; „aflijvig zijn”: dood zijn.

2026-10-14
Etymologisch Woordenboek

Instituut voor de Nederlandse taal

aflijvig

aflijvig bn. (BN) 'overleden' categorie: geleed woord,...

2026-10-14
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Aflijvig

AFLIJVIG, bn. (nagenoeg veroud.) eigenlijk van het lijf af, d....

2026-10-14
Handwoordenboek van Nederlandsche synoniemen

J.V. Hendriks (1898)

Aflijvig

zie Dood.