Wat is de betekenis van Afgemeten?

2019
2021-01-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

afgemeten

afgemeten - Werkwoord 1. voltooid deelwoord van afmeten

Lees verder
2018
2021-01-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

afgemeten

afgemeten - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: af-ge-me-ten 1. precies gemeten ♢ de hoeveelheid drank was afgemeten 1. afgemeten spreken [met korte zinnetjes] Bijvoeglijk naamwoord...

Lees verder
1973
2021-01-26
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

afgemeten

afgemeten - af'gemeten, bn. en bw. (-er, -st), 1. in de juiste maat afgepast en berekend; 2. (fig.) (van gezegden, gebaren en bewegingen) deftig, gedwongen, stijf; (ook) voorzichtig, weloverwogen; bw., op een afgemeten, min of meer stijve wijze: hij kan zo— spreken.

1950
2021-01-26
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Afgemeten

[het accent wisselt] bn. en bw. (-er, -st), 1. in de juiste maat afgepast en berekend 2. (fig.) (van gezegden, gebaren en bewegingen) deftig, gedwongen, stijf; (ook) voorzichtig, wel overwogen; — bw., op een afgemeten, min of meer stijve wijze: hij kan zo afgemeten ?preken.

Lees verder
1898
2021-01-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Afgemeten

AFGEMETEN, bn. en bw. (-er, -st), in de juiste maat afgepast en berekend; — (fig.) (van gezegden, gebaren en bewegingen) deftig, gedwongen, stijf; (ook) voorzichtig, wel overwogen; —bw. op eene afgemeten, min of meer stijve wijze : hij kan zoo afgemeten spreken. AFGEMETENHEID, v.

Lees verder
1898
2021-01-26
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Afgemeten

zie Deftig.