Wat is de betekenis van afdoend?

2019
2021-04-13
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

afdoend

afdóénd - Bijvoeglijk naamwoord 1. toereikend om het probleem op te lossen Er is geen afdoend middel tegen het verschijnsel. afdoend - Werkwoord 1. onvoltooid deelwoord vanafdoen Zijn hoed áfdoend liep hij de kerk binnen.

Lees verder
2018
2021-04-13
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

afdoend

afdoend - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: af-doend 1. zoveel als nodig is en zelfs meer ♢ die foto is afdoende bewijs voor de politie Bijvoeglijk naamwoord: af-doend de/het afdoende ... Synoniemen gen...

Lees verder
1973
2021-04-13
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

afdoend

afdoend - af'doend, bn. (meer en meest -), 1. volkomen berekend om datgene uit te werken wat men beoogt: afdoende maatregelen; een — middel; 2. een — be- wijs, een beslissend bewijs; een — feit, een beslis- send, (ook) een ter zake dienend feit; 3. met accent op het tweede lid: dat is —, ook afdoende, daarmee is de zaak beslist of kan zij beslist w...

Lees verder
1950
2021-04-13
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Afdoend

bn. (meer en meest; —), 1. volkomen berekend om datgene uit te werken wat men beoogt: afdoende maatregelen; een afdoend middel; 2. een afdoend bewijs, een beslissend, voldingend bewijs; een afdoend feit, een beslissend, (ook) een terzake dienend feit; 3. (praedicat., met accent op 2de lid) dat is afdoend,...

Lees verder
1898
2021-04-13
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Afdoend

AFDOEND, bn. (meer- en meest-), volkomen berekend om datgene uit te werken wat men beoogt: afdoende maatregelen; — een afdoend bewijs, een beslissend, voldingend bewijs.

Lees verder