Wat is de betekenis van afbetalen?

2019
2022-07-07
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

afbetalen

afbetalen - Werkwoord 1. (ov) uitgesteld in termijnen betalen We hebben de auto nu eindelijk afbetaald. Woordherkomst samenstelling van af(bijwoord) en betalen(werkwoord)

Lees verder
1973
2022-07-07
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

afbetalen

afbetalen - af'betalen (betaalde af, heeft afbetaald). 1. afdoen, geheel voldoen (een schuld, een rekening, iemand); 2. in mindering betalen op een schuld of rekening: hoeveel is er op die schuld afbetaald?; (fig., een zedelijke schuld) boeten.

Lees verder
1952
2022-07-07
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Afbetalen

v., ôfbitelje, ôfbosse.

1950
2022-07-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Afbetalen

(betaalde af, heeft afbetaald), 1. afdoen, geheel voldoen (een schuld, een rekening, iemand); 2. in mindering betalen op een schuld of rekening : hoeveel is er op die schuld afbetaald? — (fig., een zedelijke schuld) boeten; 3. (scheeps- en krijgsvolk) met gehele betaling van het verschuldigde uit de dienst ontslaan; 4. (fig.) voor vers...

Lees verder
1937
2022-07-07
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

afbetalen

betaalde af, heeft afbetaald; 1. betalen, wat men nog schuldig is; e. schuld afbetalen; 2. in mindering betalen; elke week een gulden afbetalen; 3. uitbetalen: het scheepsvolk afbetalen.

Lees verder
1916
2022-07-07
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Afbetalen

Afbetalen - het bij gedeelten voldoen eener schuld; ook de eindbetaling, de laatste termijn, waarmee derhalve de schuld afgedaan is. Indien zulks niet is overeengekomen, kan de schuldeischer niet door den schuldenaar worden gedwongen met betaling bij gedeelten genoegen te nemen (artt. 1426,14413 B.W.). Anders bij wissels, waarvan gedeeltelijke beta...

Lees verder
1910
2022-07-07
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Afbetalen

Afbetalen - het betalen van een gedeelte op de geheele verschuldigde som. De schuldenaar kan van den schuldeischer niet eischen, dat deze het verschuldigde bij gedeelten in ontvangst neemt.

1898
2022-07-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Afbetalen

AFBETALEN (betaalde af, heeft afbetaald), afdoen, geheel voldoen (eene schuld, eene rekening, iemand); — in mindering betalen op eene schuld of rekening: hoeveel is er op die schuld afbetaald ? — ( fig. eene zedelijke schuld) boeten; — (scheeps- en krijgsvolk) met geheele betaling van het verschuldigde uit den dienst ontslaan;...

Lees verder