Wat is de betekenis van adres?

2019
2021-09-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

adres

adres - Zelfstandignaamwoord 1. aanduiding van de plaats, straat en huisnummer waar iemand woont of iets is gevestigd Tegenwoordig is postcode en huisnummer voldoende voor een uniek adres. Geef me je adres en ik zal je een brief sturen. ...

Lees verder
2018
2021-09-20
Willem G. Keeris

Willem G. Keeris (1942) is emeritus hoogleraar Vastgoedmanagement en tevens visiting professor bij de groep Real Estate & Housing van de faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft.

Adres

Adres is een algemeen gehanteerd begrip, waarmee de aanduiding van de woon- of verblijfplaats van een (rechts)persoon wordt aangeduid, dan wel − afhankelijk van de context − de locatie van een vastgoedobject. Zie ook: NSW-aanduiding. Voor de rapportage ten behoeve van bijvoorbeeld de IPD Nederlandse Vastgoedindex wordt onder adres van het betreff...

Lees verder
2018
2021-09-20
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

adres

adres - zelfstandig naamwoord uitspraak: a-dres 1. plaats, straat en huisnummer van een persoon of instelling ♢ ik weet waar Jan woont, ik heb zijn adres 1. Jan de Graaf, per adres (p.a.) ..... [om...

Lees verder
2017
2021-09-20
Kadaster

Woordenboek van het Kadaster.

Adres

Een adres is een door het bevoegde gemeentelijke orgaan aan een verblijfsobject, een standplaats of een ligplaats toegekende benaming, bestaande uit een combinatie van de naam van een openbare ruimte, een nummeraanduiding en de naam van een woonplaats

2001
2021-09-20
Internet woordenboek

Uitgave 2001 [draft]

adres

Bij Internet wordt hiermee bedoeld: een e-mail adres of het Internetadres van een website. Zie ook URL.

1994
2021-09-20
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Adres

[Fr. adresse] behalve de bekende bet. ook verzoekschrift; (comp.) getal waarmee een opslagpositie eenduidig wordt geïdentificeerd.

1993
2021-09-20
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Adres

verzoekschrift

1981
2021-09-20
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Adres

1. aanduiding waar iemand woont; 2. geschrift waarmee men aan een bevoegde macht een verzoek of een bezwaar kenbaar maakt.

Lees verder
1973
2021-09-20
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

adres

adres' [Fr. adresse], o. (-sen). 1. aanwijzing van de persoon tot wie men zich voor een bepaald doel te wenden heeft, met opgave van zijn woon- of verblijfplaats; ofwel die opgave alleen: het — van iemand opgeven; bij uitbreiding de persoon of zijn woning zelf: weet je een goed — voor fotoartikelen; 2. opschrift op een brief, een pak enz.: een los...

Lees verder
1955
2021-09-20
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Adres

o., aanwijzing van naam en woonplaats van een persoon op brieven, pakketten, enz.; plechtig schrijven aan een college of staatkundig lichaam.

Lees verder
1952
2021-09-20
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Adres

s.n., adres (it).

1950
2021-09-20
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Adres

(<Fr.), o. (-sen), 1. aanwijzing van de persoon tot wie men zich voor een bepaald doel te wenden heeft, met opgave van zijn woon- of verblijfplaats; of wel die opgave alleen : het adres van iem. opgeven; bij uitbreiding de persoon of zijn woning zelf: weet je een goed adres voor fotoartikelen? — een brief of pak aan iemands adres...

Lees verder
1949
2021-09-20
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Adres

geschrift, waarin men zijn gevoelens aan de bevoegde macht kenbaar maakt, te onderscheiden van petitie, waarin men die macht verzoekt, bepaalde daad te volbrengen. A. van adhaesie: betuiging van instemming. In spreektaal vaak synon. met request. Adres van antwoord, stuk waarin de Volksvertegenwoordiging de troonrede beantwoordt. In Ned. zendt allee...

Lees verder
1910
2021-09-20
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Adres

Adres - aanwijzing van den naam van een persoon, vereeniging, maatschappij of zaak en van de plaats, waar deze zich bevindt of gevestigd is. Ook: request = verzoekschrift, betoog, tot de regeering of ander bestuur of eene openbare instelling gericht.

1898
2021-09-20
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Adres

ADRES o. (-sen), aanwijzing van den persoon tot wien men zich voor een bepaald doel te wenden heeft, met opgave van zijne woon- en verblijfplaats; of wel die opgave alleen; — opschrift op een brief, een pak enz.; of wel : een los papier, gevoegd bij goederen welke men verzendt, vermeldende voor wien ze bestemd zijn of waar ze bezorgd moeten w...

Lees verder
1870
2021-09-20
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Adres

Zoo noemt men het opschrift van een brief of de aanwijzing van den persoon, aan wien de brief moet bezorgd worden. Het adres moet dus zijn naam (bij mogelijke verwarring ook zijn voornaam) en zijne woonplaats bevatten. Zijn titel en zijne maatschappelijke betrekking voegt men er doorgaans bij. Handeldrijvende personen plaatsen hun naam, betrekking...

Lees verder