Synoniemen van adres

2019-11-16

adres

adres - zelfstandig naamwoord uitspraak: a-dres 1. plaats, straat en huisnummer van een persoon of instelling ♢ ik weet waar Jan woont, ik heb zijn adres 1. Jan de Graaf, per adres (p.a.) ..... [om aan te geven dat het niet zijn eigen adres is] Zelfstandig naamwoord: a-dres het adres

2019-11-16

adres

adres - Zelfstandignaamwoord 1. aanduiding van de plaats, straat en huisnummer waar iemand woont of iets is gevestigd Tegenwoordig is postcode en huisnummer voldoende voor een uniek adres. Geef me je adres en ik zal je een brief sturen. (informatica) bij registratie van het adres worden woonplaats en postcode meestal in een apart attribuut aangebracht...

2019-11-16

Adres

Een adres is een door het bevoegde gemeentelijke orgaan aan een verblijfsobject, een standplaats of een ligplaats toegekende benaming, bestaande uit een combinatie van de naam van een openbare ruimte, een nummeraanduiding en de naam van een woonplaats

2019-11-16

Adres

Zoo noemt men het opschrift van een brief of de aanwijzing van den persoon, aan wien de brief moet bezorgd worden. Het adres moet dus zijn naam (bij mogelijke verwarring ook zijn voornaam) en zijne woonplaats bevatten. Zijn titel en zijne maatschappelijke betrekking voegt men er doorgaans bij. Handeldrijvende personen plaatsen hun naam, betrekking en woonplaats ook wel op een kaartje, dat in zoodanig geval adreskaartje genoemd wordt. In groote steden wordt veelal jaarlijks een boek uitgeg...

2019-11-16

Adres

Adres is een algemeen gehanteerd begrip, waarmee de aanduiding van de woon- of verblijfplaats van een (rechts)persoon wordt aangeduid, dan wel − afhankelijk van de context − de locatie van een vastgoedobject. Zie ook: NSW-aanduiding. Voor de rapportage ten behoeve van bijvoorbeeld de IPD Nederlandse Vastgoedindex wordt onder adres van het betreffende vastgoedobject verstaan: de vermelding van de straatnaam, het huisnummer en (eventuele) huisnummertoevoeging(en), postcode en plaatsnaam. Het...

2019-11-16

Adres

ADRES o. (-sen), aanwijzing van den persoon tot wien men zich voor een bepaald doel te wenden heeft, met opgave van zijne woon- en verblijfplaats; of wel die opgave alleen; — opschrift op een brief, een pak enz.; of wel : een los papier, gevoegd bij goederen welke men verzendt, vermeldende voor wien ze bestemd zijn of waar ze bezorgd moeten worden : een los adres; — een brief of pak aan iemands adres verzenden, bezorgen, naar of aan zijne woning; — de enveloppe met het adres; — (fig.) aa...

2019-11-16

adres

adres' [Fr. adresse], o. (-sen). 1. aanwijzing van de persoon tot wie men zich voor een bepaald doel te wenden heeft, met opgave van zijn woon- of verblijfplaats; ofwel die opgave alleen: het — van iemand opgeven; bij uitbreiding de persoon of zijn woning zelf: weet je een goed — voor fotoartikelen; 2. opschrift op een brief, een pak enz.: een los —; de enveloppe met het —; 3. (fig.) aan het — van, doelende op: die aanmerking was aan het — van uw broer, was (ongezegd) voor uw broer b...

2019-11-16

Adres

Adres - aanwijzing van den naam van een persoon, vereeniging, maatschappij of zaak en van de plaats, waar deze zich bevindt of gevestigd is. Ook: request = verzoekschrift, betoog, tot de regeering of ander bestuur of eene openbare instelling gericht.

2019-11-16

adres

adres - o., aanwijzing van naam en woonplaats van een persoon ; opschrift op brieven, pakketten, enz. ; plechtig schrijven aan een of ander college of staatkundig lichaam; „die zet is aan mijn adres”: dat is op mij gemunt; „noodadres”: op een wissel, die geweigerd is; „expédier à l’adresse”: door bemiddeling van een derde koopmansgoederen verzenden.