Wat is de betekenis van Actief?

2020
2021-01-23
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

actief

Het begrip actief heeft 12 verschillende betekenissen: 1) geneigd tot handelen. geneigd tot handelen, werken of bezig-zijn. 2) werkzaamheden verrichtend. werkzaamheden of bezigheden verrichtend voor iets of iemand of op een bepaald gebied. 3) tewerkgesteld. in dienst; tewerkgesteld. 4) waarbij men handelt. waarbij men...

Lees verder
2019
2021-01-23
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

actief

actief - Bijvoeglijk naamwoord 1. (druk) met iets bezig zijnde Hoe vaak bent u actief op het WikiWoordenboek? Veel mensen houden van een actieve vakantie waarin ze bewegen en een grote hoeveelheid culturele activiteiten ondernemen. actief...

Lees verder
2018
2021-01-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

actief

actief - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ac-tief 1. waarbij iets gedaan wordt ♢ mijn vader is altijd erg actief in het weekend 1. in actieve dienst [in functie] 2...

Lees verder
2009
2021-01-23
Golfsportwoordenboek

Golfsportwoordenboek door Jan Luitzen

actief

(bn) (EGA-handicapsysteem)- (door een handicapspeler) in het afgelopen seizoen 4 of meer scores ingeleverd hebbend → jaarlijkse herziening.

2003
2021-01-23
Financieel Woordenboek

Door Frits Conijn & R.M. van Poll (2003)

actief

actief - Spreektaal voor de actiefzijde ofwel debetzijde van een bedrijfsbalans: dat deel waar de activa ofwel de bezittingen staan.

2002
2021-01-23
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

actief

Actief is iets zelf doen; gebruik liever productief.

2001
2021-01-23
Begrippenlijst drama

Nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling

Actief

Zelf doende, productief Men onderscheidt drie facetten van (→) kunsteducatie: (→) actief, (→), receptief, (→) reflectief. De term ‘actief’ staat voor ‘het zelf werken’ met kunstzinnige middelen en/of technieken, actieve kunsteducatie. Onder ‘receptieve’ kunsteducatie worden die activiteiten begrepen, waarbij doelgroepen direct kennismaken met kunst...

Lees verder
1993
2021-01-23
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Actief

(aktief) werkzaam; dienstdoend; bedrijvig; bedrijvend (taalk.)

1991
2021-01-23
Lesbotaal Lexicon (1991)

Lesbiaans : lexicon van de lesbotaal (1991). Geschreven door Kunst, Hanneke, en Xandra Schutte.

Actief

Actief - initiatief nemend tot seks en de leiding hebbend in bed, al gebruikt in de jaren veertig en vijftig. Vroeger was het: ben je actief of passief? Dat is volkomen verkeerd natuurlijk, want een vrouw kan net zo goed actief zijn als een man, maar we zeiden dat zo voor het gemak. Dat zijn allemaal woorden voor het gemak. (Van Kooten Niekerk &...

Lees verder
1954
2021-01-23
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Actief

werkzaam, spontaan, levendig, niet -passief;zie ook beweging.

1950
2021-01-23
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Actief

(<Fr.-Lat.), I. bn. (...ver, -st), 1. werkzaam in ’t alg.; in 't bijz.: werkzaam in zijn ambt, toegewijd en flink : deze ambtenaar is zeer actief; — (R.-K.) actieve orden, verenigingen van kloosterlingen die zich wijden aan onderwijs, liefdewerken enz. ; — actieve lucht, lucht welke veel nevelvormende bestanddelen .bevat;...

Lees verder
1949
2021-01-23
Vreemde woorden in de Natuurkunde

Prof. Dr. P.H. van Laer

Actief

(Lat. activus = werkzaam; actie). Werkend, werkzaam; b.v. actieve stoffen, radio-actief.

1939
2021-01-23
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Actief

Bezit dat er wezen moest.

1928
2021-01-23
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Actief

Wat het woord actief betekent, weet en voelt ieder. Actie betekent handeling, dus actief wil zeggen: handelend of vol handeling. De woorden „actie” en „actief” hebben ook nog een aantal andere betekenissen. Zo kan actie betekenen een eis, een rechtsvordering tegen een bepaald persoon. Men spreekt ook van een politieke actie:...

Lees verder
1916
2021-01-23
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Actief

Actief - de baten (bezittingen en vorderingen) van een vermogen, in tegenstelling met het passief (de schulden). Op een balans wordt het a. links (aan de debetzijde), het passief rechts (aan de creditzijde) geplaatst; in Engeland juist omgekeerd. A. verminderd met passief maakt het werkelijke vermogen uit. Bij toepassing van dubbel boekhouden zijn...

Lees verder
1914
2021-01-23
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

actief

actief - bedrijvig, werkzaam; in dienst; „actieve schulden”, v.mv., uitstaande schulden, vorderingen; „actieve handel”,m., uitvoerhandel eener natie met eigen voortbrengselen.

1910
2021-01-23
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Actief

Actief - werkzaam; in werkelijkheid bestaande; bezitting.

1908
2021-01-23
Vivat

Schrijver op Ensie

Actief

bij een bankroet het totaal der bezittingen van den gefailleerde. In de koopmanstaal: het geheele kapitaal van een handelshuis, de som waarvoor een firma goed is. Zie Passief.

Lees verder
1898
2021-01-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Actief

ACTIEF, bn. (...ver, -st), werkzaam, flink : deze ambtenaar is zeer actief; — dienstdoende, in dienst: hij is nu weer actief; — actieve troepen, troepen te velde; — de geheele bevolking steunde actief en passief de terroristen, met daden en ook lijdelijk; — actieve lucht, lucht welke veel nevelvormende bestanddeelen bevat; &...

Lees verder
1870
2021-01-23
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Actief

Bij eene bankbreuk spreekt men van actief en passief. Met het eerste bedoelt men al de eigendommen in losse en vaste goederen van den bankbreukige, en met het laatste het gezamenlijk bedrag zijner schulden.