Wat is de betekenis van accent?

2019
2020-12-04
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

accent

accent - Zelfstandignaamwoord 1. de manier waarop iemand de klanken uitspreekt Zij heeft een West-Vlaams accent. 2. een teken dat op een klinker kan worden geplaatst Er moet nog een accent op de letter e. 3. de nadruk ...

Lees verder
2018
2020-12-04
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

accent

accent - zelfstandig naamwoord uitspraak: ac-cent 1. zwaardere toon waarmee je een lettergreep uitspreekt ♢ het accent in 'aanraden' ligt op de eerste lettergreep 2. manier waarop je de woorden uitspreekt ...

Lees verder
2002
2020-12-04
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

accent

Een accent is een nadruk in muziek; het teken (1,3) waarmee je dat aangeeft is > en staat boven of onder de noot waar het om gaat.

1962
2020-12-04
Muziek Encyclopedie

Geschreven door S. van Ameringen (1962)

accent

nadruk op een toon door versterking en/of verlenging.

1949
2020-12-04
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Accent

(1) taalk.: naam waarmee men de verschillen in duur, toonhoogte, toonsterkte der klanken aanduidt; ook: A.-teken. Naar gelang men klanken in de lettergreep, lettergrepen in het woord of woorden in de zin van elkaar wil onderscheiden, spreekt men van syllabisch (lettergreep-) A., woord-A., zins-A. Verschillen in duur worden soms quantiteits-A. genoe...

Lees verder
1948
2020-12-04
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

accent

o. nadruk op lettergreep en woord, klemtoon; toonteken op een letter; eigenaardige tongval van een vreemde taal.

1939
2020-12-04
Vreemde woorden in de wiskunde

Dr. E.J. Dijksterhuis - 1939

Accent

(< Lat. accentus). In wiskundig tekenschrift wordt het accentteken ' (acutus, accent aigu) eenmaal of in herhaling bij wijze van index gebruikt.

1916
2020-12-04
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Accent

Accent - In de taalwetensch. de benaming, waaronder de verschijnselen, die betrekking hebben op de afwisseling in klemtoon en toonhoogte bij het spreken worden samengevat. Men onderscheidt daarbij in de eerste plaats het expiratorisch of dynamisch a. (den klemtoon), en het muzikaal of chromatisch a. (de toonhoogte). Verder onderscheidt men bij elk...

Lees verder
1914
2020-12-04
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

accent

accent - o., de nadruk op een woord; klemtoon; toonteeken op een letter; tongval.

1898
2020-12-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Accent

ACCENT, o. (-en), klemtoon; klemtoonteeken; nadruk; hij sprak met een vreemd accent, tongval. ...TEEKEN, o. (-s, -en).

Lees verder
1870
2020-12-04
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Accent

Zoo noemt men eene gepaste verheffing van toon - den klemtoon - bij het uitspreken van lettergrepen en woorden of bij het voortbrengen van muzikale geluiden. Het grammaticaal accent is gelegen in eene verheffing der stem, die door daling wordt afgewisseld. Bij deze daling doorloopt de stem verschillende trappen tot aan het verdwijnen van den...

Lees verder
1864
2020-12-04
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

accent

accent - o. (accenten), klankteeken, toonteeken; toon, klemtoon; nadruk