Wat is de betekenis van absenteren, zich?

2026-10-09
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Absenteren, zich

(absenteerde zich, heeft zich geabsenteerd), (<Fr.), zich...

2026-10-09
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

absenteren, zich

geabsenteerd (Fr. s’absenter): zich verwijderen.

2026-10-09
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

absenteren, zich

('te:rən) (absecteerde zich, heeft zich geabsenteerd) zich...

2026-10-09
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

absenteren, zich

absenteren, zich - absente'ren, zich (absenteerde zich,...